Didden: familiekapitaal, Brusselse ambitie

16 maart 2026 in
Philippe Beco

Tussen de Mettewiegaan en het Dokter Schweitzerplein, midden in de stad maar op een steenworp afstand van de ring, is Didden enkele jaren geleden verhuisd. De 8.000 m² van het voormalige Takeda-magazijn bieden het bedrijf niet alleen alle comfort om zijn sauzen en specerijen in Molenbeek te produceren, maar bevestigen ook zijn verankering in Brussel. Ontmoeting met CEO Michèle Didden, aan het hoofd van dit meer dan honderd jaar oude familiebedrijf.


Een familiebedrijf geeft zijn waarden van generatie op generatie door: wat zijn die van u? 


Met 35 tot 45 werknemers, afhankelijk van het seizoen, is het bedrijf zelf een grote familie die wordt geleid door respect, oprechtheid, vertrouwen en authenticiteit.  De meeste van onze medewerkers hebben meer dan 10 jaar ervaring, zoals mijn commercieel assistente, onze operator, onze productieleider, logistiek manager en magazijnier. Deze loyaliteit, die tegenwoordig zeldzaam is, raakt me diep en is het levende bewijs dat deze waarden nog steeds verankerd zijn. Daarnaast is er ook inspiratie. We zijn trouw gebleven aan de filosofie van mijn overgrootvader en mijn grootvader om traditionele recepten om te zetten in unieke en innovatieve ervaringen. Onze slogan “les bons moments de la vie” (de mooie momenten in het leven) geeft uitdrukking aan onze wens om te delen en elkaar te inspireren aan tafel. Tot slot is er de knowhow. Dat we er nog steeds zijn, komt doordat we een erfenis hebben weten voort te zetten. De geest van uitmuntendheid wordt van generatie op generatie doorgegeven en maakt echt deel uit van onze identiteit.


Hoe blijf je bestaan als smaken en consumptiegewoontes voortdurend veranderen?


We gebruiken nog steeds een reeks iconische recepten die de tand des tijds hebben doorstaan, zoals de Pickels of de Grand-Mère-mayonaise die mijn grootvader voor de Expo 58 heeft ontwikkeld. Zijn ambachtelijke emulsiemethode met een mixer is onveranderd gebleven. Maar we blijven ook luisteren naar de trends op de markt. Zo heeft mijn vader in de jaren 90 ons assortiment confits ontwikkeld.  Tegenwoordig maken we originele dressings, zoals die met geroosterde sesamolie en een mix van 7 kruiden. Ook de verzoeken van onze klanten en partners zijn een bron van inspiratie. Zo hebben we de Pickels van “Comme chez soi” voor Delhaize omgezet, of de Kermesse-saus gemaakt, die is ontstaan uit een samenwerking tussen Pierre Wynants en Patrick Decorte, een bekend figuur in de Brusselse kermiswereld.


Welke belangrijke uitdagingen heeft Didden in de loop van de geschiedenis moeten overwinnen?


Het bedrijf werd in 1925 opgericht door mijn overgrootvader Jean-François en zijn twee zonen, François en Théodore. De eerste stierf in 1939 en mijn grootvader François stierf amper een jaar later, op de eerste dag van de Tweede Wereldoorlog. Dat was moeilijk voor mijn oudoom, die alleen aan het roer bleef staan tot mijn vader zich bij hem voegde. Daarnaast was er ook nog de dioxinecrisis in 1999. Meer recentelijk vormden de stijgende grondstof- en energiekosten als gevolg van de oorlog in Oekraïne een echte uitdaging. Maar dat ligt nu achter ons.


“Ondanks de te hoge belastingdruk op bedrijven hebben we besloten om in Brussel te blijven, en tot op heden hebben we daar geen spijt van.”


U was niet van plan om het bedrijf over te nemen, totdat het een passie werd. Wat motiveert u elke dag opnieuw?


Elke dag is anders en brengt zijn eigen uitdagingen met zich mee, maar ook mooie perspectieven en kansen om te grijpen. Ik vind het heerlijk om trends te volgen en na te denken over nieuwe producten. En ik sta er niet alleen voor. Mijn zoon Pierre is in 2019 bij het bedrijf gekomen en mijn dochter Laurence is 15 maanden geleden bij ons gekomen. Beiden vullen elkaar goed aan in hun interesses en vaardigheden. De eerste is cijfergericht en efficiëntiegericht en houdt zich bezig met financiën, productieplanning en digitalisering van processen en commerciële ondersteuning. Zij houdt zich bezig met commerciële relaties en marketing. Dat geeft me echt een boost. Als familiebedrijf kun je naar de toekomst kijken, zelfs als het heden moeilijk is. Dat is belangrijk voor mij, maar ook voor al het personeel, dat de continuïteit van het familiebedrijf ziet als een garantie voor stabiliteit en zekerheid.


Toen u enkele jaren geleden verhuisde, koos u ervoor om in Brussel te blijven...


Eerlijk gezegd was Nijvel ook een optie. We hadden daar zelfs een gebouw gekocht, dat we weer hebben verkocht toen bleek dat het niet aan onze technische eisen voldeed, maar ook omdat we beseften wat we zouden verliezen als we Brussel zouden verlaten. Met name onze medewerkers, aan wie we erg gehecht zijn.  Bovendien maakt dit nieuwe, zeer grote gebouw ons dagelijks leven een stuk gemakkelijker. Ondanks de te hoge belastingdruk op bedrijven hebben we dus besloten om te blijven en tot op heden hebben we daar geen spijt van.


Is het label ‘made in Brussels’ belangrijk?


We realiseren 15 % van onze omzet in de export. Voornamelijk in de Benelux en enkele andere Europese markten. Ik zou zeggen dat, behalve in enkele landen, zoals misschien Japan, ‘made in Belgium’ m vindt dan ‘made in Brussels’. En in dat opzicht zijn we trots op onze roots!  eer weerklank vindt dan ‘made in Brussels’. En in dat opzicht zijn we trots op onze roots!



Word lid van Beci en krijg toegang tot een netwerk, diensten en exclusieve kansen voor uw bedrijf.





Deel deze post