Laurent Hublet: "we moeten Brussel laten winnen"

8 mei 2026 in
Laurent Hublet: "we moeten Brussel laten winnen"
Beci, Era Balaj

Een recente benoeming, een veeleisende context: de nieuwe minister van Economie en Werkgelegenheid pakt een reeks welbekende onevenwichtigheden in het Brusselse economische weefsel aan.

Het profiel valt op, maar is niet onverwacht. Laurent Hublet heeft zijn ondernemersinstinct niet aan de deur van de regering achtergelaten. Vandaag staat hij aan het hoofd van de portefeuilles Werkgelegenheid, Economie en Digitale Zaken, met als doel een reeks evenwichten te herstellen voor de Brusselse economie. Een begroting onder druk, een tekort aan arbeidskrachten aan de ene kant, aanhoudende werkloosheid aan de andere kant: het is in dit spanningsveld dat de Brusselse minister wil ingrijpen door de banden te herstellen waar die zijn verzwakt. Voorlopig is het tijd om “Brussel te laten winnen”, zegt hij.


Wat is uw absolute prioriteit voor de komende 100 dagen als minister van Economie om het volledige vertrouwen van de investeerders te herstellen?


De absolute prioriteit voor de eerste 100 dagen is al van start gegaan: het gaat om een totale onderdompeling. Alle behoeften en uitdagingen van de Brusselaars goed begrijpen. Dat vertaalt zich enerzijds in bezoeken ter plaatse, luisteren en directe gesprekken met degenen die onze economie tot leven brengen. Anderzijds in de opstelling en de presentatie van de begroting, die op 18 maart jongstleden al in het Parlement heeft plaatsgevonden. En ten slotte natuurlijk in de samenstelling van een team dat de ambitie van de legislatuur al belichaamt en de eerste oplossingen uitwerkt. De tweede fase van mijn mandaat zal er vervolgens in bestaan onze gezamenlijke missie verder uit te bouwen, namelijk Brussel weer de plaats geven die het toekomt: een Gewest dat een aantrekkelijke voedingsbodem vormt voor investeringen, zowel Belgische als buitenlandse. Vandaag aarzelen sommige bedrijven nog om zich hier te vestigen. We moeten de zin en het vertrouwen teruggeven door te tonen dat Brussel klaar is om hun projecten te verwelkomen, te ondersteunen en te versnellen.


De doelstelling van een werkgelegenheidsgraad van 70 % is ambitieus, terwijl de begroting voor 2026 erg krap is. Hoe kunnen we concreet de werkgelegenheid stimuleren en bedrijven aanmoedigen om mensen aan te werven?


We zullen duidelijke keuzes moeten maken, prioriteiten moeten stellen en onze middelen moeten concentreren waar ze de grootste impact hebben. Concreet betekent dit dat we, om aan de eisen en de budgettaire realiteit te voldoen, de moed moeten hebben om te stoppen met wat niet werkt of wat meevallers oplevert. We moeten bepaalde partnerschapsovereenkomsten herzien en een einde maken aan regelingen die niet langer de verwachte resultaten opleveren.


Om de werkgelegenheid te stimuleren, moet met name het Activa-programma worden hervormd. Dit instrument beantwoordt niet langer aan de realiteit van de arbeidsmarkt, noch aan de behoeften van werkzoekenden. Ik zal daarom een nieuw mechanisme voor werkgelegenheidssteun voorstellen – eenvoudiger, overzichtelijker en beter gericht – waarmee prioritaire doelgroepen en werkgevers die waarde creëren door Brusselse talenten in dienst te nemen, beter kunnen worden ondersteund.


Om bedrijven aan te moedigen mensen aan te werven, gaan we de overheidsmiddelen heroriënteren naar projecten en initiatieven met een grote impact, die meer banen en toegevoegde waarde creëren.


Brussel kampt met hoge werkloosheid, terwijl onze bedrijven schreeuwen om personeel.


Brussel vertoont een paradox: bijna 98.000 mensen staan ingeschreven als werkzoekende, terwijl onze bedrijven moeite hebben om personeel te vinden. De afgelopen weken heb ik Actiris, de VDAB en werkgevers zoals SPIE en Iris Cleaning ontmoet. De behoeften zijn er, de kansen zijn er, maar we moeten het Brusselse talent beter koppelen aan de beschikbare banen.


De herziening van het werkgelegenheidsbeleid integreert de begeleiding van werkzoekenden in diverse situaties volledig. Ze is opgebouwd rond vijf concrete pijlers.


  • Begeleiding om de terugkeer naar de arbeidsmarkt van langdurig zieken te vergemakkelijken.
  • Het versterken van de taalvaardigheden. In Brussel is taal vaak de eerste drempel voor werk. We gaan daarom een verplichte taaltest invoeren en opleiding verplicht stellen wanneer dat nodig is.
  • Het uitbreiden van stages en het versterken van het duale leren om de arbeidsintegratie van jongeren te ondersteunen.
  • Het versnellen van de erkenning van competenties en diploma’s. Vandaag beschikt 44 % van de werkzoekenden niet over een erkende gelijkwaardigheid van diploma's. Dat is een enorme rem. Versterking van de begeleiding en aanmoediging van ondernemerschap.


Ons werkgelegenheidsbeleid is voornamelijk gebaseerd op het één voor één wegnemen van obstakels – om zoveel mogelijk Brusselaars weer aan de beschikbare banen te koppelen.


Er moeten 51.000 extra Brusselaars aan het werk om een werkgelegenheidsgraad van 70 % te bereiken

De regering zet in op “vrije zones” om het Kanaal en Audi nieuw leven in te blazen. Welke soorten activiteiten wilt u daarheen halen om te voorkomen dat er alleen maar meelift-effecten ontstaan?


Wat we bij het Kanaal en op de Audi-site in Vorst opzetten, zijn geen klassieke fiscale instrumenten: het zijn structurele hefbomen om industriële activiteiten aan te trekken die echt zinvol zijn voor Brussel. We willen geen opportunistische bedrijven aantrekken, maar wel bedrijven waarvan de activiteiten aansluiten bij een metropool als Brussel — stedelijke industrie, circulaire economie, technologische productie, lichte logistiek.


Om meelifteffecten te vermijden, zullen er zijn: een one-stop-shop (administratieve Fast Track) om vergunningen te versnellen en de procedures te vereenvoudigen, gerichte en in de tijd beperkte fiscale stimulansen, gekoppeld aan het creëren van lokale banen, een speciale Actiris-cel en een op maat gemaakt opleidingsaanbod om te anticiperen op de wervingsbehoeften en Brusselaars rechtstreeks toegang te geven tot de nieuwe industriële beroepen.


We willen spelers aanhalen die waarde, activiteit en duurzame banen creëren. Geen meelifters, maar een echte industriële vernieuwing voor Brussel.


U overweegt bepaalde premies te vervangen door leningen tegen een verlaagde rente. Is dit het einde van het op subsidies gebaseerde steunmodel? Hoe kunnen we kleine kmo's geruststellen die bang zijn om schulden aan te gaan?


In 2026 zal het Brussels Gewest 500 miljoen euro aan rente aan de banken betalen. Wat we vandaag doen, is niet bezuinigen, maar rationaliseren. En ons doel is niet louter budgettair – we willen manoeuvreerruimte creëren om strategischer te herinvesteren. We gaan dus naar een veeleisender aanpak, gebaseerd op evaluatie, coherentie en reële impact. Elke geïnvesteerde euro moet precies dienen voor het doel waarvoor hij wordt uitgegeven.


Wat de leningen tegen verlaagde rente betreft: die vervangen de steunmaatregelen niet, maar vullen ze aan. De kmo's worden niet in de steek gelaten, integendeel: de steunmaatregelen worden gerichter, overzichtelijker en beter afgestemd op hun behoeften. En om deze instrumenten uit te werken, hanteren we een bottom-upbenadering, via een uitgebreide raadpleging van de sectoren. De ondernemers zelf brengen de obstakels in kaart, en onze overheidsdiensten bieden daar concrete oplossingen voor in het kader van het plan voor economische heroriëntatie.


Het is absoluut noodzakelijk om kmo's te ondersteunen die willen investeren, groeien en werkgelegenheid creëren, terwijl we tegelijkertijd een verantwoord beheer van overheidsgeld garanderen. Dat is de nieuwe cultuur van verantwoordelijkheid die we aan het opbouwen zijn.


Als we over drie jaar de balans opmaken, wat zal dan de indicator (de KPI) zijn die aangeeft dat uw missie geslaagd is?


Dat zal duidelijk de stijging van de arbeidsparticipatie van de Brusselaars zijn. Het doel dat we delen is het bereiken van een arbeidsparticipatie van 70 %. Vandaag zitten we op 64,3 %, wat betekent dat er 51.000 extra Brusselaars aan het werk moeten om dat te bereiken.


Deze indicator staat centraal, want hij vat de algemene ambitie van ons beleid samen: onze inwoners weer aansluiten op de arbeidsmarkt, de werkloosheid en inactiviteit terugdringen, onze sociale inclusie versterken en van Brussel een economische motor maken die echt ten goede komt aan al haar inwoners. Het hele plan is gericht op één doel: samen van Brussel een winnaar maken.


De context is niet eenvoudig en de taak is veeleisend. Het vereist een enorme reactievermogen, zowel van mij als van ons hele team, om snel concrete resultaten te boeken. Maar we zijn vastbesloten. We zullen de komende dagen en maanden alles doen wat in ons vermogen ligt om onze regio en haar inwoners (weer) de plaats te geven die ze verdienen.


Lees ook : Boris Dilliès : « Brussel is terug!»






Deel deze post