Economische migratie in Brussel: enkele aanpassingen voorafgaand aan een grote hervorming?

21 augustus 2020 om 09:08 | 392 weergaven

@Jack Sloop

Met het besluit van 25 juni 2020 heeft de Brusselse regering bepaalde aanpassingen doorgevoerd aan de regels m.b.t. de economische migratie van derdelanders. Deze wijzigingen zijn op 18 juli jl. in werking getreden en hebben de voorwaarden waaronder bedrijven in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest derdelanders, d.w.z. buitenlandse werknemers die noch onderdaan zijn van de Europese Economische Ruimte, noch van Zwitserland, in dienst kunnen nemen, enigszins gewijzigd.  

Verscheidene benaderingen in de verschillende regio’s 

Bij de laatste staatshervorming in 2014 werd de bevoegdheid inzake economische migratie grotendeels overgedragen van de federale staat naar de gewesten. In 2019 hebben het Waalse Gewest en Vlaamse Gewest van deze bevoegdheidsoverdracht gebruik gemaakt om een nieuw migratiebeleid te ontwikkelen. Hiervoor werden de federale bepalingen ingetrokken en werd er nieuwe regelgeving aangenomen.  

In Brussel zijn de hervormingen daarentegen minder verregaand geweest, aangezien de gewestelijke regering zich ertoe heeft beperkt bepaalde aanpassingen aan te brengen aan de oude federale regels door middel van verschillende besluiten. 

Overzicht van de wijzigingen aangebracht door het besluit van 25 juni 2020  

Ons inziens zijn de belangrijkste wijzingen de volgende: 

  • Afschaffing van de maximumduur voor de tewerkstelling van hooggeschoolde werknemers:  

Om een toelating tot arbeid voor “hooggeschoold personeel” te verkrijgen, moesten de werkgevers volgens de oude regeling ervoor zorgen dat de tewerkstelling van de betrokken werknemers niet langer dan vier jaar duurde (deze periode kon één keer met een periode van vier jaar worden verlengd). Het nieuwe besluit schaft nu deze maximumduur af en is nu in lijn met de praktijk.

  • Afschaffing van een nationaliteitsvereiste voor het verkrijgen van een toelating tot arbeid: 

Indien de werknemers niet tot een specifieke categorie behoorde, was de basisregel voor het verkrijgen van een toelating tot arbeid tot nu toe, dat de betrokken werknemers onderdaan moesten zijn van een land waarmee België een internationale tewerkstellingsovereenkomst heeft afgesloten. Deze voorwaarde, die de mogelijkheid om een toelating tot arbeid te krijgen sterk beperkte, is in wezen afgeschaft door de Brusselse regering, die zich hiermee opnieuw  lijkt aan te sluiten bij de keuzes die in de andere gewesten zijn gemaakt. 

  • Verlenging van de gelijkgestelde periodes voor het verkrijgen van een toelating tot arbeid van onbepaalde duur: 

De voorwaarden voor het verkrijgen van een toelating tot arbeid van onbepaalde duur zijn eveneens gewijzigd. Hoewel de Brusselse regelgeving al toeliet dat een toelating tot arbeid van onbepaalde duur kon worden verkregen na een periode van vier jaar in België die reeds gedekt werd door een toelating tot arbeid (of zelfs een kortere periode in bepaalde gevallen), hield ze voor de berekening van de voormelde drempel geen rekening met bepaalde periodes. Meer bepaald werden de periodes waarin de werknemers een toelating tot arbeid voor “hooggeschoold personeel” hadden, niet in aanmerking genomen voor de berekening van de drempel. Met het nieuwe besluit wordt deze beperking nu opgeheven en maakt het ook van de gelegenheid gebruik om andere periodes gelijk te stellen, zoals die van het zwangerschaps- of bevallingsverlof. 

  • Invoeren van nieuwe documenten: 

Tot slot zijn er nu bepaalde bijkomende documenten vereist bij het indienen van de aanvragen tot het bekomen van een toelating tot arbeid van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Deze wijzigingen hebben vooral betrekking op aanvragen m.b.t. het verlenen van diensten die zijn overeengekomen tussen Belgische en buitenlandse ondernemingen, of m.b.t. de tewerkstelling van een werknemer in België die uitsluitend wordt uitgeoefend vanuit zijn of haar privéwoning of die van zijn of haar werkgever. 

@alexvasey

@alexvasey

Naar een verregaande hervorming in Brussel? 

Het Waalse Gewest en het Vlaamse Gewest hebben hun eigen regelgeving aangenomen aangezien zij de aanwerving van derdelanders voor bepaalde knelpuntberoepen wensten te vergemakkelijken. Echter, de arbeidsmarkt verschilt van regio tot regio waardoor ook de lijst met knelpuntberoepen in iedere regio verschillend is. In Brussel blijft de tewerkstelling van derdelanders in knelpuntberoepenhetgeen in het Vlaamse Gewest ook wel de  middengeschoolde” beroepen wordt genoemdingewikkeld. Het is aan de werkgever om aan te tonen dat voldaan is aan de bijzonder strenge voorwaarden. 

In de komende jaren zou evenwel de tewerkstelling van derdelanders in knelpuntberoepen kunnen worden vergemakkelijkt, aangezien de beleidsverklaring van de Brusselse regering voor de legislatuur 2019-2024 bepaalt dat : “omdat de Regering zich bewust is van de problemen die ondernemingen ondervinden om bepaalde functies ingevuld te krijgen, zal zij een actieplan opstellen om de tekorten aan arbeidskrachten en de knelpuntberoepen in te dijken. Dit plan vereist onder meer een evaluatie van de wetgeving op de arbeidsvergunningen en de promotie van weinig aantrekkelijke beroepen . 

Welke beslissingen de autoriteiten ook nemen om deze materie inhoudelijk te hervormen, lijkt het ons in ieder geval wenselijk dat de Brusselse regering van deze hervorming gebruik maakt om de toepasselijke regelgeving, die momenteel bestaat uit een onduidelijke opeenstapeling van besluiten, in één enkele tekst te coördineren 

 

Violette Mouvet en Martin Laurent 

claeys & engels

Delen