Minder autoverkeer is goed voor de economie

16 november 2020 om 10:11 | 223 weergaven

Economie en mobiliteit zijn verenigbaar. Voor open data, laadpalen en een groenere en efficiëntere logistiek moeten overheid en privésector beter samenwerken. Dat leerde ons het Brussels Meets Brussels-debat over mobiliteit met minister Elke Van den Brandt.

Op voorzet van Laurent Willaert van Febiac gaf Brussels minister van mobiliteit Elke Van den Brandt toe dat technologie zoals het Cooperative Intelligent Transport System (C-ITS) meer ingezet zou moeten worden om de files op te lossen. Ze wees erop dat in het grote mobiliteitsplan Good Move al enkele initiatieven staan zoals het voorzien van intelligente verkeerslichten.

 

Daarnaast is er nood aan een modal shift, zo benadrukte de minister. Je moet mensen bewust maken van de alternatieven voor de auto, als je wil dat ze hun gedrag aanpassen. Deelmobiliteit zal in die shift een sleutelrol vertolken, maar op de vraag van Laetitia Gutierrez Martinez van Poppy of de aanbieders op financiële ondersteuning van de Brusselse regering kunnen rekenen, kwam een negatief antwoord. De minister is van mening dat Poppy en andere apps in het mobiliteitsbudget geïntegreerd zouden moeten worden. Wat de overheid zeker moet doen volgens haar is een goed juridisch kader voor de deelsystemen creëren.

 

Afspraken over overslagruimtes

Stefaan De Ganck van Total herinnerde aan het engagement van de Brusselse overheid om tegen 2035 11.000 publieke laadpalen te voorzien, maar signaleerde dat er bij de plaatsing in parkeergarages problemen zijn gerezen met de brandveiligheid. Voor die problemen zoekt een taskforce met de brandweer naar technische oplossingen, zo vertelde de minister. Ze wil absoluut de ambitie waarmaken, maar beseft dat het noodzakelijk is een versnelling hoger te schakelen. Ze kondigde ook aan dat ze de veel te lange administratieve aanvraagprocedure zal vereenvoudigen.

 

Philippe Lovens, ceo van Urbike, de coöperatieve die cargofietsen aanbiedt, kaartte de logistieke efficiëntie aan. Daar vloeide vijf miljoen euro van Europa naartoe, stelde de minister. Dit lokte bij Jan de Brabanter van Beci de reactie uit dat we dit soort mooie verhaaltjes al eerder hoorden, met het Goederenvervoerplan dat vijf logistieke centra rond de stad beloofde. “We betreuren dat dit grotendeels dode letter is gebleven, maar aan de acties die in Good Move zijn opgenomen over bijvoorbeeld het creëren van overslagruimtes zijn concrete afspraken verbonden”, counterde ze.

 

Meer overleg is nodig

Om het openbaar vervoer in de hoofdstad te ontlasten in coronatijden besliste minister Van den Brandt in april om rijen parkeerstroken op de grote invalswegen te doen wijken voor zo’n 40 kilometer aan extra brede fietspaden. Dit zette kwaad bloed bij de lokale handelaars. Het gaat om de versnelde voltooiing van het netwerk van fietspaden dat de vorige minister Pascal Smet plande, verduidelijkte Van den Brandt. Ze bekende dat het fout was dit zonder overleg te doen en beloofde een dialoog om bijsturingen te doen.

 

Tijdens het debat was ook een noodkreet te horen: door de slechte mobiliteit zeggen ondernemers Brussel te zullen verlaten. De minister erkende dat de files een slechte impact op de economie hebben. Sinds 2004 kosten die ons 4 tot 8 miljoen euro per jaar, de gezondheidsschade niet meegerekend. Het is hoog tijd voor een rationele aanpak. Blijven investeren in openbaar vervoer is een must. “Als we een deel van de mensen uit de auto krijgen, zullen zij die echt afhankelijk zijn van hun wagen zich vlotter kunnen verplaatsen. Mits overleg tussen alle betrokkenen is evolueren naar 30 procent minder autoverkeer haalbaar én goed voor de economie.”

 

Download de whitepaper

Voor een veerkrachtig brussel

NL - WP Mobilité : vision Beci post-Covid

Delen