MO: een vitrine voor alle mobiliteitsoplossingen

Door Frédéric Petitjean  - 4 oktober 2019 om 15:10 | 956 weergaven

In maart 2018 ingehuldigd in Beci, de MO pop-up, gewijd aan stedelijke mobiliteit, zal zich voor een paar maanden vestigen in het Anspach Center. 

We moeten eerlijk zijn: mobiliteit in Brussel is geen eenvoudige kwestie. Er rijden (te) veel auto’s rond in de stad, de infrastructuur is nog onvoldoende uitgebouwd en de verschillende alternatieve vervoersmiddelen zijn niet genoeg op elkaar afgestemd. Tegelijkertijd beseffen steeds meer actoren dat het anders kan én moet. Beci wil zijn steentje bijdragen door dit najaar een nieuwe, grote “Mobility Shop” te openen in het Anspach Center.  

 

Dat mobiliteit Beci nauw aan het hart ligt, hoeft niet te verbazen, zegt Adviseur Mobiliteit Ischa Lambrechts. “Sinds een jaar of vijf staat mobiliteit hoog op de agenda bij Beci. De reden daarvoor is eenvoudig: mobiliteit wordt een belangrijke parameter in onze economie. In onze halfjaarlijkse politieke barometer peilen we bijvoorbeeld bij Brusselse ondernemers naar wat voor hen een gezonde economie uitmaakt. Het antwoord ‘Een goede mobiliteit’ scoort daar jaar na jaar hoger.”  

 

Denktank 

In 2015 al richtte Beci een Mobility Hub op, een soort denktank voor een betere mobiliteit in Brussel. Uit die denktank kwamen onder meer een Witboek Mobiliteit en een toolbox met mogelijk oplossingen. “Begin 2018 werd echter duidelijk dat we meer moesten doen”, vertelt Lambrechts. “We kennen de problemen, het was tijd om zelf in actie te schieten. Veel debatten over mobiliteit verzanden immers in oeverloze discussies over wie wat moet doen. We wilden overstappen van een denktank naar een doetank.”  

Beci kwam daarom op de proppen met “MO”, wat staat voor Mobility/Movement. In samenwerking met dertig private en publieke partners werd in de Beci-kantoren op de Louizalaan een pop up-store opgericht. Daar werden alle mogelijke oplossingen voor de Brusselse mobiliteitsknoop voorgesteld en gepromoot. “Het probleem was dat veel ondernemers door de bomen het bos niet meer zagen”, zegt Lambrechts. “Er zijn in België zeker 500 producten en diensten beschikbaar die zich op mobiliteit richten, van deelautos en parkeer-apps over steps tot taxidiensten en openbaar vervoer. MO wou zoveel mogelijk van die actoren verzamelen en een soort community opzetten rond mobiliteit.”  

Een tweede beoogd effect van de pop up-store was het in contact brengen van de verschillende partners en kruisbestuivingen opzetten. Lambrechts: “Waarom zouden er bijvoorbeeld geen partnerships kunnen ontstaan tussen een autoverhuurder en een bedrijf dat fietsen leaset? Tegenwoordig hoeven dat geen concurrenten meer te zijn. In de co-creatie tussen private en publieke ondernemingen en private ondernemingen onderling worden vaak de beste ideeën geboren.”  

 

1.000 vierkante meter 

MO werd meteen een topper en mocht zich op grote belangstelling van de Brusselse ondernemers en beleidsmakers verheugen. Bij Beci drong al snel het besef door dat het de moeite waard zou zijn om dit concept nog verder te pushen en uit te werken. En zo werd als het ware MO 2.0 geboren, een 1.000 vierkante meter grote ruimte die op 24 oktober opengaat in het Anspach Center, in het hart van Brussel. Ook nu werden weer heel wat partners aangetrokken om het project mee te helpen trekken: het VBO en VOKA zijn betrokken, maar ook bijvoorbeeld AG Real Estate (dat de ruimte ter beschikking stelt) en mobiliteitsorganisatie MaestroMobile. De nieuwe MO blijft tot 9 januari 2020 geopend. 

Ischa Lambrechts (@Reporters)

“Het eerste project was vooral gericht op bedrijven, met de nieuwe MO willen een nog veel groter publiek aanspreken”, legt Lambrechts uit. “Dat blijkt ook uit de locatie: in het Anspach Center passeren elk jaar zowat zes miljoen mensen. Er moet ook geen afspraak of zo gemaakt worden om de ruimte te kunnen bezoeken. Iedereen kan er vrij binnen- en buitenlopen. Er zal ook permanent iemand aanwezig zijn, om vragen te beantwoorden of de bezoekers wegwijs te maken.” 

De nieuwe versie van MO moet een soort vitrine worden die een blik geeft op alle mogelijkheden in Brussel qua mobiliteit. Het moet de bezoekers ook duidelijk maken dat mobiliteit meer is dan enkel een manier om je te verplaatsen van A naar B. Mobiliteit speelt onmiddellijk in op de stedelijke economie, heeft invloed op de werkgelegenheid en het welzijn in de stad en uiteraard ook een impact op het milieu en de volksgezondheid. 

 Al deze aspecten worden uitgelegd aan infobalies, opleidingsruimten en workshops. Uiteraard zal het ook concreet over vervoer gaan. Er komen demo’s van bijvoorbeeld elektrische steps en fietsen. Die zullen ook op een indoor circuit uitgeprobeerd kunnen worden. Via gamification en VR worden bezoekers dan weer wegwijs gemaakt in verschillende mobiliteitsoplossingen. Eveneens het vermelden waard is het Mobility Passport, een experiment dat drie weken zal duren en waarbij 400 mensen alle mogelijke vervoersmiddelen in Brussel zullen mogen uittesten. Via een app wordt bijgehouden wie de meeste middelen uitprobeert en dus de meeste punten scoort. De winnaar krijgt daarna een mooie prijs.  

Een deugdelijk verkeers- en mobiliteitsbeleid helpt niet alleen de leefbaarheid in de stad vergroten, het is ook een instrument om de opwarming van onze aarde in te perken. “De MO-ruimte wordt daarom ook een uithangbord van ons project 30-30-30”, zegt Lambrechts. “Dat project wil de Brusselse klimaatdoelstellingen mee concretiseren. Het zijn in totaal dertig projecten die de CO2-uitstoot tegen 2030 met dertig procent moeten helpen terugdringen. Toevallig, of misschien net niet: dertig procent van de totale CO2-uitstoot in de hoofdstad komt ook van transport en mobiliteit.” 

 

Wat kost een goed fietsslot? 

MaestroMobile zal in de ruimte ook de Mobiline opzetten, een informatieplatform waarin alle mogelijke vragen over vervoer in Brussel beantwoord zullen worden. “Normaliter is deze dienst enkel via telefoon, mail, WhatsApp en Facebook Messenger te bereiken”, zegt Xavier Tackoen van MaestroMobile, “maar voor MO gaan we uitzonderlijk ook een fysiek contactpunt installeren. De meest uiteenlopende vragen kunnen we daar beantwoorden: van Wat kost een goed fietsslot? over Welke trein moet ik nemen om van A naar B te komen? tot zelfs vragen over de fiscale stimuli van bepaalde vervoermiddelen.” 

Xavier Tackoen (@Reporters)

Beci en MaestroMobile zijn geen onbekenden van elkaar, zegt Tackoen en werken al langer samen rond het mobiliteitsvraagstuk. “Ik denk dat wij een natuurlijke partner voor MO zijn omdat wij al heel wat expertise rond mobiliteit hebben opgebouwd. Ons platform is een heel concrete tool om zowel de fysieke als psychologische drempels op te lossen die mensen vaak hebben om van alternatieve vervoersmiddelen gebruik te maken.”  

Wat mobiliteit betreft staat Brussel vandaag alvast heel wat verder dan pakweg tien jaar geleden, meent Tackoen. Al blijven de uitdagingen groot. “Tien jaar geleden was er onder de verschillende actoren geen eensgezindheid over hoe we de problemen moesten oplossen. Tegenwoordig is die er wél. Er moet meer openbaar vervoer komen. We moeten de openbare ruimte herinrichten en voorrang geven aan zwakke weggebruikers. En we moeten het fietsen stimuleren. Over dat soort oplossingen is tegenwoordig iedereen het wel eens. We staan in Brussel vandaag waar Kopenhagen vijftien jaar geleden stond. Maar ik ben er zeker van dat we heel snel een inhaalbeweging kunnen maken. 

 

Stad versus rand 

 De grote uitdaging daarbij is het om die oplossingen nu ook daadwerkelijk uit te voeren en de omslag te maken. “Veel mensen zijn er nog niet klaar voor”, zegt Tackoen. “De neiging is nog altijd groot om de auto te nemen. We zien de vooruitgang ook nog altijd niet genoeg. Maar ik ben ervan overtuigd dat dat wel zal komen, als we het nog wat tijd geven. Wat groot Brussel betreft, ben ik zelfs echt optimistisch. Wat de rand betreft, zijn er nog wel grote uitdagingen. We mogen niet naar een dualiteit evolueren tussen de stad en het platteland, waarbij de stad veel sneller evolueert, want dan verplaats je de problemen alleen maar. Daar blijft dus nog veel werk aan de winkel.”  

 

Delen