Nieuwe torengebouwen in Brussel?

13 april 2018 om 12:04 | 2443 weergaven

© Getty Images

De verleiding is groot om de opkomende demografische groei en de verdichting van de bevolking aan te pakken met de bouw van residentiële torengebouwen. De beide deskundigen die wij hebben geïnterviewd, verwerpen echter het concept van sociale woningen in torengebouwen. Tijd om over de rol van zulke gebouwen in onze stad opnieuw na te denken, vinden ze.

 

Vóór

Georges Binder – Country Representative of Council on Tall Buildings and Urban Habitat

Brussel bouwt weinig torens, in tegenstelling tot andere grote steden. De politieke kringen gaan ervan uit dat de hoogte van de Zuidtoren niet mag worden overschreden, maar dit is niet uit respect voor de Eiffeltoren. In de wereld bestaan er meer dan 6.000 hogere torengebouwen. De statistieken vermelden alleen gebouwen van meer dan 150 m hoogte. De gemengde toren kent vandaag de sterkste groei.

Historisch was België koploper toen het in 1932 in Antwerpen de hoogste toren van Europa bouwde. In de jaren 60 en 70 ontstonden een aantal gemengde torens, zoals die van het Rogierplein, die in 2001 werd afgebroken. Na de jaren 70 en de crisis keerde de mentaliteit en werd hoogtebouw bijna taboe. Weliswaar concentreerden de residentiële torengebouwen in Europa vooral sociale woningen. In België was er evenmin sprake van luxeappartementen in dergelijke panden. Het imago van het torengebouw is dus aan herziening toe en voor sociale huisvesting zijn alternatieven te vinden.

In Parijs concentreerden de torengebouwen zich geruime tijd in de La Défense wijk. Londen zag tijdens de afgelopen 10 jaar de oprichting van kantoortorens in de City, naast luxueuze residentiële torens. Onlangs verschenen ook in de hoogte gebouwde woningen voor de middenklasse. In Brussel zijn we misschien dezelfde flaters aan het begaan als in de jaren 60: de lancering van een paar projecten zonder zekerheid dat de ontwikkeling zich daarna verderzet, zoals ter hoogte van Maalbeek. 35 jaar lang werd de Noordwijk gedeeltelijk bebouwd. Her en der staan daar nu torens met braakliggende grond ertussen. Alleenstaande projecten die het ook riskeren te blijven, vermijden we dus best. Laten we ze samenbrengen in de bestaande wijken, rond Brussel Noord en Brussel Zuid. De kantoortorens die in de jaren 60 in Brussel werden opgericht, beschikten over kleine oppervlakten op elke verdieping en beantwoordden dus niet echt aan de verwachtingen. Ze zouden dus een verrassend alternatief kunnen bieden voor woningen, zeker als ze alleen staan, zoals langs de Louizalaan.

Tegen

Isabelle Pauthier – directrice van de ARAU (Atelier de Recherche et d’Action Urbaines)

In het GPDO[1] pleit het Gewest voor de oprichting van iconische gebouwen. Volgens mij is dit een verzoek van de projectontwikkelaarslobby, veel meer dan een antwoord op de behoeften van de Brusselse gezinnen. Ik vind dat de regering de realiteit niet wil inzien, want de prijs per vierkante meter van zulke projecten ligt te hoog voor Brussel. In Parijs kost de vierkante meter ongeveer 10.000 euro. In Londen ligt de prijs nog hoger wegens de sterke vraag. In Brussel is meer dan 2.000 euro/m² op zich al duur.

De vraag naar woningen is in Brussel sterk, maar kandidaten zijn weinig kapitaalkrachtig. Op de wachtlijst voor sociale woningen staan meer dan 45.000 gezinnen ingeschreven. De middenstand die verhuist, zoekt een groene omgeving, veiligheid en een goed levenskader. Ik geloof niet dat deze mensen interesse zouden hebben voor torengebouwen, maar ik pleit voor een sociologische studie van degenen die er wel wonen. Deze gezinnen verhuizen vaak na het tweede kind, wanneer het eerste naar school gaat en de ouders geconfronteerd worden met een gebrek aan plaatsen en het teleurstellend niveau van het onderwijs.

Ik beschouw Brussel als een arme stad, die nog geruime tijd met armoede zal kampen als we de leefruimte blijven toetakelen, zoals nu het geval is. Ik geloof dus niet dat de oprichting van torengebouwen een oplossing biedt voor de demografische groei in Brussel. Het is hooguit een ‘luie manier’ (zegt stedenbouwkundige Jan Gehl) om het probleem van de bevolkingsdichtheid aan te pakken. Bovendien getuigen zulke projecten meestal van weinig creativiteit, om door iedereen te worden aanvaard.

Brussel is een mooie stad, met een aanzienlijk erfgoed en prachtige landschappen, mede dankzij de grote lanen en uitgestrekte parken uit de tijd van Leopold II. Denk maar aan het Josaphatpark, het Ter Kamerenbos enz. Dit mag niet alledaags worden. De aantrekkelijkheid van steden houdt rechtstreeks verband met hun karakter en hun eigenheden. Ik vind het gewoon waanzinnig dat het masterplan meer dan 600 000 m² extra kantoren voorziet, terwijl Brussel al 1,5 miljoen vierkante meter kantooroppervlakte bezit, wat gigantisch is op Europees niveau.

 

 

 

[1] Gewestelijk Plan voor Duurzame Ontwikkeling

Delen