Nieuwigheden op het gebied van het mobiliteitsbudget

1 december 2021 om 06:12 | 172 weergaven

[gastartikel]

De wet van 25 november 2021 houdende fiscale en sociale vergroening van de mobiliteit, gepubliceerd in het Staatsblad op 3 december, wijzigt het wettelijk kader van het mobiliteitsbudget. Deze wijzigingen worden doorgevoerd om het mobiliteitsbudget te versterken. 

Ter herinnering, via dit systeem kunnen werknemers hun (recht op een) bedrijfswagen inruilen voor een mobiliteitsbudget dat wordt berekend op basis van de Total Cost of Ownership (TCO) van de bedrijfswagen. Dit budget kan dan worden besteed aan een milieuvriendelijke auto (1e pijler) of aan duurzame mobiliteitsoplossingen (2e pijler). Het eventuele saldo wordt op een (para)fiscaal gunstige manier in geld uitbetaald (3e pijler). 

Deze wijzigingen maken deel uit van de uitvoering van het regeerakkoord, waarin staat dat het de bedoeling is om “duurzame mobiliteitsalternatieven (openbaar vervoer, fietsen, broeikasgasneutrale auto’s, enz.) evenals het dicht bij het werk (gaan) wonen” te stimuleren.

Deze wijzigingen hebben dus tot doel werkgevers en werknemers nog meer te stimuleren om voor alternatieven van de bedrijfswagen te kiezen en zo een vermindering van het aantal bedrijfswagens op de baan te bevorderen. Deze wijzigingen treden in werking op 1 januari 2022. 

Aangepaste toekenningsmodaliteiten van het mobiliteitsbudget

Vanaf 1 januari 2022 zal de werkgever de mogelijkheid hebben om bij de bepaling van het mobiliteitsbudget geen rekening te houden met de kosten die voortvloeien uit het beroepsmatig gebruik van de bedrijfswagen, maar daartegenover staat de voorwaarde dat hij de kosten compenseert die de werknemer maakt voor zijn professionele verplaatsingen. 

Het jaarlijkse bedrag van het mobiliteitsbudget bedraagt minimaal 3.000 EUR en maximaal een vijfde van het totale jaarlijkse brutoloon, met een absoluut maximum van 16.000 EUR. Voor mobiliteitsbudgetten die vóór 3 december 2021 (dit wil zeggen voor de datum van bekendmaking van de nieuwe wet) zijn toegekend, zullen deze minimum- en maximumbedragen pas vanaf 1 januari 2023 van toepassing zijn. 

Er is ook voorzien dat een formule waarmee het bedrag van het mobiliteitsbudget wordt berekend bij koninklijk besluit bepaald kan worden om zo de moeilijkheden bij het bepalen van het bedrag van het mobiliteitsbudget te verminderen. 

Bovendien worden de wachttijden (3 maanden / 12 maanden) die momenteel aan de werknemer worden opgelegd om van het mobiliteitsbudget te kunnen genieten, afgeschaft. In aanmerking komende werknemers, zullen dus onmiddellijk een mobiliteitsbudget kunnen aanvragen.

Tot nu toe was de werkgever niet verplicht elk van de 3 pijlers aan te bieden. Voortaan is de werkgever verplicht de werknemers ten minste één aanbod te doen in het kader van de 2e pijler (duurzame vervoermiddelen).

Wijzigingen op het gebied van de keuzes binnen de pijlers

  • In de 1e pijler

Vanaf 1 januari 2026 zullen in de 1e pijler enkel volledig elektrische auto’s als milieuvriendelijk worden beschouwd.

  • In de 2e pijler

De 2e pijler, die betrekking heeft op duurzaam vervoer en huisvestingskosten, wordt uitgebreid met nieuwe aanbodmogelijkheden.

Zo wordt bijvoorbeeld de financiering van abonnementen voor het openbaar vervoer uitgebreid tot alle gezinsleden van de werknemer die onder hetzelfde dak wonen.

Bovendien kan er ook een voetgangersbonus van 0,24 EUR/km worden toegekend voor het woon-werkverkeer.

Bovendien, wat de financiering van huisvestingskosten – hypotheek- of huurkosten – betreft, moet de woonst voortaan binnen een straal van 10 kilometer van de gebruikelijke arbeidsplaats liggen in plaats van de huidige 5 kilometer, rekening houdend met het feit dat de gemiddelde afstand tussen woning en werk 20 km bedraagt. Ook kapitalen van hypothecaire leningen kunnen nu ook in aanmerking worden genomen.

Tenslotte kan de 2e pijler ook worden gebruikt voor de aankoop van elektrisch aangedreven drie- en vierwielers met een gesloten passagierscompartiment en apparatuur om de zichtbaarheid van de gebruiker van zachte mobiliteit te verbeteren, of voor de financiering van bepaalde parkeerkosten in het kader van het gebruik van het openbaar vervoer.

Besluit 

De hervorming van de mobiliteitsbegroting zal het systeem eenvoudiger en aantrekkelijker maken. Dat is een goede verandering. 

Het valt echter te betreuren dat deze hervorming de  complexiteit van het systeem niet volledig verhelpt. Het is van belang om dit systeem in de komende jaren verder aan te passen en het onderdeel te maken van een meer algemene belastinghervorming. 

Over de auteur

Nadège Toussaint, Advocaat en Senior Associate bij Claeys & Engels

Delen