Terugkeer naar de prikklok?

5 oktober 2020 om 16:10 | 1048 weergaven

Terugkeer naar de prikklok? Dit bericht kwam recent in het nieuwsoverzicht van heel wat werkgevers. Naar aanleiding van een arrest van het arbeidshof te Brussel werd soms ongenuanceerd geconcludeerd dat elke werkgever zou moeten voorzien in een prikklok. Dit staat haaks op de verwachting van veel werkgevers die net verkiezen om hun werknemers te laten werken in een klimaat van vertrouwen en autonomie 

Loopt het echter zo een vaart? 

Een korte stand van zaken … 

 

Geen verplichte prikklok in België 

In België bestaat er op vandaag geen algemene verplichting om de arbeidstijd van elke werknemer te registreren. Slechts in een beperkt aantal gevallen is er een verplichting tot opvolging van de arbeidstijd. Denk onder meer aan werknemers die een glijdend uurrooster hebben of deeltijdse werknemers die afwijken van hun uurrooster.  

Voor de meeste werknemers is dus geen tijdsopvolging nodig, laat staan een prikklok. 

 

Druk van Europa  

Een arrest van het Europees Hof van Justitie van 14 mei 2019 bracht echter een schokgolf teweeg. In deze zaak oordeelde het Hof dat elke lidstaat de verplichting heeft aan werkgevers op te leggen om een objectief, betrouwbaar en toegankelijk systeem op te zetten waarmee de dagelijkse arbeidstijd van iedere werknemer wordt geregistreerd. De krantenkoppen lieten er geen twijfel over bestaan, de prikklok was terug! 

Dit was echter wat voorbarig.  

Zo lang de Belgische wetgeving geen verplichte tijdsregistratie voorzietzijn de werkgevers immers niet verplicht om een tijdsregistratie te voorzien.  

Eén belangrijke nuance echter: de Belgische rechters hebben de verplichting om de bestaande wetgeving te interpreteren in het licht van de Europese richtlijn. In een recent arrest leidde dergelijke interpretatie tot een verrassend resultaat.  

 

Belgische primeur 

Het arbeidshof van Brussel heeft in een arrest dat heel wat aandacht heeft gekregen in de pers geoordeeld dat een werkgever die niet beschikt over een systeem van tijdsregistratie, moet bewijs leveren van de gepresteerde arbeidsuren. Vermits de werkgever dit niet kon, werd hij veroordeeld tot betaling van de overuren gevorderd door de werknemer.  

Betekent dit arrest nu een onmiddellijke verplichte terugkeer tot de prikklok? Neen. Wat in deze zaak zeker heeft meegespeeld is dat de werkgever op geen enkele manier standpunt had ingenomen over een aantal vragen gesteld door het arbeidshof. 

Een andere interpretatie blijft mogelijk, zoals geïllustreerd in een recent vonnis van 17 september 2020 van de arbeidsrechtbank van Brussel. In deze zaak werd geoordeeld dat er op vandaag op de werkgever geen verplichting rust om te beschikken over een systeem van tijdsregistratie en dat de werknemer nog steeds zelf het bewijs dient te leveren van gepresteerde overuren. 

Het is wel raadzaam om minstens duidelijke regels te voorzien op het niveau van de onderneming over het presteren van overuren. Er kan bijvoorbeeld worden afgesproken dat het presteren van overuren enkel kan met het voorafgaand akkoord van de leidinggevende en dat de werknemer de gepresteerde overuren per mail moet bevestigen aan de leidinggevende. Dit kan de werkgever toch wat beschermen indien een discussie ontstaat.

 

Conclusie 

Hoewel het niet valt uit te sluiten dat in de toekomst een vorm van tijdsregistratie zou kunnen verplicht worden, onder druk van de rechtspraak van het Europees Hof van Justitie, is dit op vandaag nog niet aan de orde.  

De bespreking van deze problematiek staat alvast op de agenda van de Nationale Arbeidsraad waarna het aan de Minister van Werk zal toekomen één en ander te evalueren en na te gaan of een wetswijziging nodig is. 

Dit wordt ongetwijfeld nog vervolgd. 

 

 

Over de auteur

Julie De Maere, Advocaat – Senior Associate,  Claeys & Engels

 

 

 

 

Debat Brussels Meets Brussels

Bedrijven, hoeksteen van het herstel ” met minister-president Rudi Vervoort
Donderdag 15 oktober van 13u30 tot 14u30

➔ Volg deze Facebook Live

Delen