Subjectief en autonoom terugtrekkingsrecht in België?

Door Olivier Wéry  - Frédéric Robert  - 4 mei 2020 om 11:05 | 684 weergaven

©GettyImages

Wat is het terugtrekkingsrecht?

De kathodische hoogmis van 20 uur in Frankrijk is ook bij ons erg populair en neemt het over van het Belgische tv-nieuws die eindigt.  Wij hebben de afgelopen weken allen gehoord over het “terugtrekkingsrecht” dat de Franse werknemers in deze tijden van pandemie aanwenden. Wat gaat het alweer over? Het is het recht van de werknemer om zich terug te trekken uit een situatie waarvan hij of zij redelijkerwijs kan aannemen dat deze een ernstig en dreigend gevaar voor zijn of haar leven of gezondheid inhoudt. Anders gezegd, de werknemer oordeelt zelf over de omstandigheden die een gevaar voor zijn of haar gezondheid op de werkplaats inhouden en beslist desgevallend niet meer te gaan werken terwijl hij of zij zijn of haar loon ontvangt.

De nakende opsluiting leidt ertoe dat vele Belgische werknemers zich terecht vragen stellen over wat er in hun onderneming in het werk wordt gesteld om hen te beschermen. In dit verband dient eraan herinnerd te worden dat het arbeidsrecht, naast de specifieke en gedetailleerde maatregelen inzake hygiëne en social disctancing, via de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk en de uitvoeringsmaatregelen ervan, samengebracht in de Codex over het welzijn op het werk, voorziet in een verplichting voor de werkgever om een dynamisch risicobeheersingsysteem op de werkplaats uit te werken. Het is maar goed ook dat deze meervoudige en bindende maatregelen bestaan met het oog op het anticiperen en te beschermen. Men mag echter niet vergeten dat de arbeidsovereenkomst een fundament is van wederzijdse en onderling verweven verplichtingen en rechten, waarbij de werknemer moet werken wanneer de werkgever zijn wettelijke en reglementaire verplichtingen nakomt.

 

In België bestaat er geen subjectief en autonoom terugtrekkingsrecht.

Daarom vinden wij het belangrijk om iedereen, die zou willen horen of geloven dat de werknemer, naar het voorbeeld van de Franse arbeidswetgeving, over een subjectief en autonoom terugtrekkingsrecht in België zou beschikken, tot voorzichtigheid aan te manen. Sommigen proberen een dergelijke mogelijkheid te steunen op artikel 1.2-26 van de Codex. Hierbij wordt vergeten dat deze bepaling op zich onvoldoende is, maar deel uitmaakt van een hoofdstuk dat tot doel heeft de werkgever te verplichten een noodplan op te stellen dat moet worden uitgevoerd ter bescherming van de werknemers wanneer dit nodig blijkt naar aanleiding van de vaststellingen gedaan ter gelegenheid van de risicoanalyse (dit is één van de aspecten van het dynamisch risicobeheersingssysteem hierboven vermeld). En, in dit kader, wordt het loon van de werknemer gewaarborgd indien hij gedwongen wordt zijn functie te verlaten wanneer zich een ernstig en onmiddellijk gevaar voordoet, en moet hij zijn hiërarchische lijn onmiddellijk in kennis stellen. Nergens is er echter sprake van een subjectief en autonoom recht op zelfbeheer of zelfbeoordeling van risico’s met een vermeend terugtrekkingsrecht als antwoord.

 

De werknemer is evenwel niet zonder bescherming

De werknemer is echter niet zonder bescherming: indien het noodplan niet wordt opgesteld, indien de risico’s slecht ingeschat of onderschat worden, of indien de bepalingen van de Codex in het algemeen niet worden nageleefd door de werkgever, kan deze laatste worden gecontroleerd worden door de ad-hoc inspectiediensten, geïnterpelleerd worden door het Comité voor preventie en bescherming op het werk (CPBW) of de vakbondsafvaardiging, of zelfs worden vervolgd voor een burgerlijke of strafrechtelijke rechtbank. Indien de werkgever integendeel de bovengenoemde wettelijke en reglementaire verplichtingen nakomt, moet de werknemer zijn deel van de overeenkomst nakomen en prestaties leveren zonder zich een recht op betaalde inactiviteit toe te kennen.

 

Een illusie

Het terugtrekkingsrecht is dus een bijzonderheid dat onder meer in het Franse recht terug te vinden is. Bovendien zou men kunnen denken dat indien een copy/paste in het Belgische recht zo voor de hand lag de Belgische practici er reeds lang naar zouden hebben verwezen aangezien deze specificiteit reeds sinds 1982 bij onze buren bestaat.

Een verwijzing naar het internationaal recht lijkt ons evenmin relevant. De Europese richtlijn 89/391 van 12 juni 1989 creëert geen autonoom terugtrekkingsrecht en ook al is er een verwijdering uit de functie met behoud van loon voorzien, dan is dit eveneens in een meer algemene context van dynamisch risicobeheer, naar het voorbeeld van wat is beschreven met betrekking tot de Codex. Hoewel het Verdrag nr. 155 van de Internationale Arbeidsorganisatie verwijst naar de hypothese van terugtrekking, heeft zij deze niet in een rechtsnorm vastgelegd. Zij bevordert de sociale dialoog en verwijst naar de nationale omstandigheden en praktijken.

In de angstaanjagende context waarin wij leven, lijkt het ons geriskeerd om het idee te verspreiden dat er in België een werkelijk terugtrekkingsrecht voor werknemers bestaat dewelke van aard is een echte onzekerheid die niet alleen juridisch is te creëren.

Voorzichtigheid is dus geboden. Dit beginsel, dat in 2020 relevanter is dan ooit op het gebied van de gezondheidszorg, kan eveneens worden toegepast op juridische kwesties. Van het recht, waarvan vaak wordt gezegd dat deze ouderwets is, wordt verwacht om onmiddellijk te reageren op een nieuwe en dringende situatie. Wij hebben er niets op tegen om het recht te vragen zich door bochten te wringen om innovatief en inventief te zijn. Maar niet met het risico om deze te verdraaien. Anders komt het hele subtiele evenwicht van de sociale verhoudingen binnen ondernemingen in gevaar. En daar heeft niemand belang bij.

 

Newsletter HR & Social

  • Blijf altijd op de hoogte, schrijf je in voor de nieuwsbrief HR & Social van Beci (gratis)

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.
Delen