Wordt Brussel 5G-piloot?

Door Vincent Delannoy  - 23 januari 2019 om 12:01 | 1133 weergaven

©GettyImages

Als hoofdstad van Europa en van België vertoont Brussel het ideale profiel om pilootstad te worden voor de ontplooiing van 5G tussen nu en 2020. Dit is trouwens een belangrijk element in de economische ontwikkelingsstrategie van Europa. De uitzendnorm wordt momenteel herzien om de ontplooiing van toekomstige technologieën mogelijk te maken en tegelijk de veiligheid en de gezondheid van de burgers te waarborgen. Er zijn echter nog andere uitdagingen.

 

In oktober kondigde de Brusselse regering de verhoging aan van de uitzendnorm tot 14,5 volt per meter, conform de vaststelling van de regulator – het BIPT – die oordeelt dat “de huidige uitzendnorm niet volstaat om in de toekomst een kwalitatief hoogstaand en goed presterend netwerk te verzekeren.” Als de regering van plan is het standpunt van het BIPT te volgen, dient echter een norm te worden gedefinieerd die een goede dekking garandeert, ‘witte zones’ wegwerkt en bovendien de aanbevelingen van de Wereldgezondheidsorganisatie (WGO) naleeft.

 

In deze context is de uitgesproken wens van Alexander De Croo, federaal minister van Telecommunicatie en Digitale Agenda, om de Belgische markt te openen voor een vierde mobiele operator niet meteen goed nieuws voor Brussel en evenmin voor alle Belgische klanten. De uitvoering van een dergelijke maatregel zou meteen het einde betekenen van alle mogelijkheden die de herziening van de uitzendnormen in Brussel laat doorschemeren. Commentaar van de Brusselse minister-president Rudi Vervoort: “Als er hier een vierde operator optreedt, moeten we het debat in Brussel volledig herbeginnen.”

 

Het scenario van een vierde operator kan dus op korte termijn de ontplooiing van 5G op het grondgebied van Brussel dwarsbomen. Dit scenario beantwoordt bovendien noch aan de verwachtingen van de sector, noch aan de belangen van de gebruikers, die trouwens tevreden tot zeer tevreden zijn met de servicekwaliteit en de tarieven die hun mobiele operator in België aanbiedt. Daartegenover zou een prijzenoorlog veroorzaakt door de opkomst van de nieuwe operator gepaard gaan met een gevoelige daling van de investeringscapaciteit van de telecomoperatoren.

 

België moet massaal investeren in de ontplooiing van nieuwe infrastructuur om zijn technologische doorbraak te verwezenlijken. Het is daarom niet echt aangewezen om precies nu druk uit te oefenen op de spelers die hiertoe moeten bijdragen. Ter informatie hebben de drie in België actieve operatoren in 2017 samen zowat 400 miljoen euro geïnvesteerd in het onderhoud en de ontwikkeling van hun infrastructuur. Het zou daarom wijzer zijn samen met de huidige spelers de nodige investeringen te bepalen dan nu een vierde operator op de markt te introduceren, wat gepaard zou gaan met een geraamd 1,3 miljard euro aan infrastructuurkosten.

 

Maar er is meer: om de aantrekkelijkheid en de veiligheid van investeringen in 5G te waarborgen, is het bovendien noodzakelijk om een stabiel en aanmoedigend wettelijk en fiscaal kader te voorzien. Daarom zouden bijvoorbeeld alle uitzendmasten moeten worden vrijgesteld van gemeentelijke belastingen. Dit is het standpunt van Beci in zijn memorandum De stad van de Toekomst en tijdens de contacten met Brusselse beleidsmensen. Innovatie stimuleren is rendabeler dan ze te belasten. Een kwalitatief hoogwaardig en efficiënt netwerk effent bovendien de weg voor nieuwe diensten in domeinen als gezondheidszorg, mobiliteit, veiligheid, netheid, milieu, logistiek en vele andere. Dit is de voorwaarde voor het bestaan en de ontwikkeling van een volwaardige Smart City.

 

Download het memorandum De stad van de Toekomst op: http://go.beci.be/toekomst.

Delen

Vincent Delannoy

Conseiller Économie et Politique Générale