Zingeving en werk, de ‘missing link’ waar de jongere generaties zo fel naar hunkeren

5 mei 2022 om 10:05 | 285 weergaven

Zinvol werk heeft vandaag niet meer dezelfde betekenis als in het verleden. Jongeren ervaren hoe dringend vraagstukken zoals het bedreigde milieu ondertussen zijn geworden. Zij herkennen zich niet meer in traditionele organisaties, die vaak niet op dergelijke uitdagingen inspelen. 

Het aantal koerswijzigingen in carrières neemt toe in een wereld die zich voortdurend aanpast. Er ontstaan nieuwe beroepen, terwijl andere verdwijnen. Ook de professionele vaardigheden evolueren in een verbazingwekkend tempo. Gemiddeld verandert een persoon in zijn carrière tussen de 5 en 13 keer van baan. In Frankrijk schat de Pôle emploi dat jonge werknemers tijdens hun loopbaan gemiddeld 13 tot 15 keer van job zullen veranderen (1).

De mens van 2022 is het vertrouwen in de toekomst kwijt dat nochtans zijn voorvaderen bezielde. Zowel in de tijd van de Verlichting – met haar vertrouwen in de vooruitgang – als in het tijdperk van de jagers-verzamelaars, geloofde iedereen in de continuïteit van de wereld om zich heen.

In 1991 al bezong Mylène Farmer het verlies aan vertrouwen in haar lied ‘Génération Désenchantée’:

« Tout est chaos
  À côté
  Tous mes idéaux : des mots
  Abîmés…
  Je cherche une âme, qui
  Pourra m’aider
  Je suis
  D’une génération désenchantée
  Désenchantée »

In 2021 gaven 34 miljoen Amerikanen de brui aan hun baan. Dit ‘groot ontslag’ kenmerkt de drang naar zinvol werk en leven. De pandemie heeft die trend onder jongeren verder aangewakkerd. In twee jaar Covid 19 liet het innerlijke stemmetje in velen van ons van zich horen. Het bevestigde dat “het leven te kort is om een onaangename job te aanvaarden. We mogen ons leven niet kwijtspelen aan een salaris”.

In feite is deze vaststelling niet nieuw. Uit een onderzoek dat het Gallup Institute(2) tussen 2014 en 2016 uitvoerde over onze verhouding tot werk bleek dat maar weinig mensen hun baan interessant vinden. Slechts 15% van de werknemers is actief betrokken bij hun werk, 67% is niet betrokken en 18% is actief opstandig (3).

Deze bezinning op zingeving is een concrete uiting van een veranderende verhouding tot werk: de “opoffering” die vorige generaties als normaal beschouwden ruimde ondertussen de plaats voor een meer emotionele perceptie onder de jongeren van nu.

Bullshit job

In een in 2018 verschenen boek(4) maakt de antropoloog David Graeber een onderscheid tussen echt nuttige banen en andere. Hij noemt de tweede categorie ‘bullshit jobs’, een vorm van nutteloze arbeid die de werknemer alleen maar zinloos kan vinden, vooral in een samenleving die de laatste decennia een zeer sterke groei van de dienstensector heeft gekend.

Toch hebben diezelfde jongeren soms een paradoxale kijk op zingeving: 95% van hen vindt die zoektocht belangrijk of zelfs een prioriteit in hun werk(5), maar… 43% droomt van een hoger loon.

Samenwerking en het gevoel van saamhorigheid

Die persoonlijke beleving van een baan gaat echter gepaard met het idee dat wie werkt ook deel uitmaakt van een gemeenschap. Een baan als kok, metselaar of slager is een relatie op lange termijn, geworteld in de wederzijdse uitwisseling van ervaring en in het delen van waarden die uit kennis van zaken voortvloeien. In Europa ontstond het begrip ‘compagnonnage’ enkele eeuwen geleden, terwijl dat van ‘kaste’ zich in India ongeveer 3000 jaar geleden ontwikkelde. Deze concepten zijn een manier om samen te werken en om elkaar te steunen. Vertrouwensrelaties zijn in elke organisatie van fundamenteel belang voor de verwezenlijking en het welslagen van een gemeenschappelijk project.

Meerdere definities van ‘zingeving’

Het begrip ‘zinvol werk’ dekt voor jongeren verschillende overwegingen. We kunnen drie grote categorieën onderscheiden, die drie vragen beantwoorden:

1) Voel ik me goed in mijn werk?

Dit betreft ieders perceptie van zijn werk en zijn verhouding hiertoe. Zingeving berust op beleving. Op die manier maakt de persoon deel uit van het verleden, het heden en de toekomst. Het is een subjectief begrip, dat ook betrekking heeft op de relatie die de werknemer heeft met zijn of haar leidinggevenden, collega’s en klanten op de werkplek.

Jonge mensen willen vooral genieten van het heden, zonder zich noodzakelijkerwijs te projecteren op een lange-termijncarrière, zoals tijdens de naoorlogse bloeiperiode, toen mensen vaak hun hele loopbaan aan hetzelfde bedrijf besteedden. 49% van de studenten vatten zingeving in de eerste plaats op als hun persoonlijke ontplooiing(6).

2) Is mijn werk nuttig voor anderen?

Door de drang naar nuttig werk gaan sommige studenten op zoek naar banen die aansluiten bij hun waarden: in NGO’s, overheids- en semi-overheidssectoren, enz.

Toch houden we best rekening met een paradox: de grote vraag naar de betere afgestudeerden van de Franse ‘grandes écoles’ in lucratieve sectoren. Ter illustratie: financiën en consulting alleen al vertegenwoordigen 58% van de eerste banen van HEC-afgestudeerden in Frankrijk.

Voor de onderneming bestaat de uitdaging erin waarden te creëren die ze kan delen met de werknemers, en dan vooral de jongere onder hen, met soms andere aspiraties dan die van oudere werkkrachten. 

Drie op de tien jongeren denken erover hun baan in het komende jaar te verlaten(7), wat hoge kosten inhoudt voor de bedrijven (gemiddeld 12.000 euro per vertrek!). Zij vertrekken naar een beter financieel aanbod of omdat zij zich niet meer kunnen vinden in de waarden van het bedrijf.

3) Over welke middelen beschik ik om mijn werk te optimaliseren en een gezamenlijk project met mijn bedrijf te verwezenlijken?

Jongeren kunnen subjectieve en objectieve zin vinden in een baan, maar door gebrek aan middelen slagen zij er niet in deze conform hun verwachtingen gestalte te geven. Het recente ontslag van jonge verpleegkundigen in de context van de pandemie illustreert duidelijk dit probleem.

Afgezien van deze drie kernbegrippen zoekt elke onderneming dus naar een bevredigende omgeving voor haar werknemers. Dat kan alleen als het management blijk geeft van luistervaardigheid, het gepresteerde werk naar waarde erkent en aan de werknemers mogelijkheden biedt om te blijven leren en zich te ontwikkelen.

Neem nu de dienstverlenende bedrijven, vaak berucht als aanbieders van ‘bullshit jobs’. Toch werken daar veel werknemers die zich goed voelen en zich professioneel ontplooien dankzij aangename werkrelaties waarin luisteren, samenwerken, doorgroeien en leren de boventoon voeren. De menselijke relatie op het werk, vooral met de leidinggevende, is een belangrijk onderdeel van het geluk op het werk(8). Tal van studies wijzen op de sleutelrol van managers: in 79% van de meest succesvolle bedrijven beschouwen de kaderleden hun leidinggevende als een “inspirerende, zorgzame leider die rekening houdt met hun standpunten”(9).

Post-covid verlies van betekenis

De sociale vervreemding wegens twee jaren pandemie heeft het onbehagen in de arbeidswereld ongetwijfeld versterkt. Jonge werknemers, die minder onder toezicht staan, minder regelmatige contacten hebben en vaker op afstand werken (soms zonder beeld en dus anoniem), ervaren vaak een frustratie en een gebrek aan zin in hun werk. Met het wegvallen van toevallige en onvoorbereide contacten gaat ook cruciale informatie verloren. Een informele ontmoeting bij de koffieautomaat, een gesprek van enkele minuten voor de liften na de afloop van een vergadering … allemaal gelegenheden om een gevoel over een strategisch onderwerp te valideren of te ontkrachten! 

Niet-verbale informatie verdwijnt. De werksfeer verliest haar menselijke dimensie en wordt eentoniger. Videoconferenties, die elkaar in een duizelingwekkend tempo opvolgen, versterken nog het gevoel van moeheid en afzondering. Vooral de jongere generaties stellen dit alles in vraag.

De overdreven specialisatie van veel landen in een geglobaliseerde economie heeft haar grenzen bereikt en zorgt hoe langer hoe meer voor zinloze banen.

In de huidige context wensen vele landen plots minder afhankelijk te worden van verre landen voor energie, gezondheid en landbouw.

Deze evolutie is een gelegenheid om de minder “getertiariseerde” beroepen weer in eer te herstellen en om werk opnieuw zinvoller te maken. Weg met de ‘bullshit jobs’! 

Een sprankje hoop in het beroepsleven van de jongere werkkrachten, dankzij zinvollere banen? Wait and see. Maar één ding is zeker: wij zijn ons nog niet bewust van alle omwentelingen die ons te wachten staan, veroorzaakt door telewerk en delokalisatie in een post-Covid beroepswereld die ingrijpend verandert.

 

(1) Pôle emploi enquête, 2019
(2) Centre Permanent pour la Citoyenneté et la Participation
(3) “Travaillez”, James Suzman, p 417
(4) “Bullshit Jobs”, David Graeber, 2018
(5) Opinionway, februari 2020
(6) Opinionway, februari 2020

(7) Sondage Léger/24h, 2019 – Quebec

(8) Sousa-Poza, “Wellbeing at work”, 2000, een studie van een groep van 15.000 mensen

(9) Opinionway, februari 2020

 

 

Over de auteur

Fabrice Perreau-Saussine, co-founder van Akayogi

Delen