Europese Klokkenluidersrichtlijn: België mist deadline voor omzetting (maar blijf toch paraat!)

20 september 2022 om 12:09 | 1205 weergaven

[gastartikel]

De Richtlijn (EU) 2019/1937 van 23 oktober 2017 inzake de bescherming van personen die inbreuken op het recht van de Europese Unie melden (de “Klokkenluidersrichtlijn”) moest door de lidstaten op 17 december 2021 omgezet zijn in nationaal recht. België – zoals verschillende andere Europese lidstaten – miste deze deadline.

De Nationale Arbeidsraad en de Centrale Raad voor Bedrijfsleven hebben wel al een gemeenschappelijk advies uitgebracht over het voorontwerp van wet van de Minister van Economie en Werk, Pierre-Yves Dermagne. Op een definitieve wet is het wellicht wachten tot het einde van het jaar.

KRACHTLIJNEN VAN DE KLOKKENLUIDERSRICHTLIJN EN HET VOORONTWERP

Waarom?
De Klokkenluidersrichtlijn beoogt het vastleggen van minimumnormen die zorgen voor een betere bescherming van melders van inbreuken op het recht van de Europese Unie (zogenaamde “klokkenluiders”). Concreet verplicht de Klokkenluidersrichtlijn de lidstaten om wetgeving te implementeren met het oog op het opzetten van doeltreffende interne en externe meldingskanalen, die de melders beschermen tegen represailles.

Wie?
De Klokkenluidersrichtlijn is van toepassing in de private en de publieke sector op melders die in een werkgerelateerde context informatie over inbreuken hebben verkregen. Niet enkel werknemers zijn beschermd maar ook zelfstandigen, aandeelhouders, personen die behoren tot het bestuurlijk, leidinggevend of toezichthoudend orgaan van een onderneming, vrijwilligers, (on)bezoldigde stagiairs alsook eenieder die werkt onder toezicht en leiding van aannemers, onderaannemers en leveranciers. De Klokkenluidersrichtlijn is tevens van toepassing op melders van wie de arbeidsovereenkomst intussen werd beëindigd.

Het materieel toepassingsgebied van de Klokkenluidersrichtlijn is ruim en beoogt o.a. inbreuken met betrekking tot overheidsopdrachten, financiële diensten, productveiligheid en productconformiteit, bescherming van het milieu, volksgezondheid, consumentenbescherming, bescherming van de persoonlijke levenssfeer en persoonsgegevens en beveiliging van netwerk- en informatiesystemen.

Het materieel toepassingsgebied van het voorontwerp van wet is nog ruimer en voegt daar nog de bestrijding van belastingfraude aan toe.

Interne kanalen – verplichtingen op maat voor bedrijven?
Ondernemingen (juridische entiteiten) in de private sector met 50 of meer werknemers moeten kanalen en procedures voor de interne opvolging van meldingen opzetten, na overleg en in samenspraak met de sociale partners.

Ondernemingen met 50 tot 249 werknemers moeten dergelijke interne meldingskanalen slechts opzetten tegen 17 december 2023. Deze ondernemingen krijgen dus nog enig respijt. Op een paar uitzonderingen na (vooral KMO’s actief in de financiële wereld), moeten ondernemingen met minder dan 50 werknemers in principe geen interne meldingskanalen opzetten. Kleine ondernemingen hoeven in dat verband dus geen initiatieven te nemen.

Het voorontwerp is enkel van toepassing op ondernemingen in de private sector. In de publieke sector werd voor federale ambtenaren in mei wel een wetsontwerp van Petra De Sutter goedgekeurd door de Ministerraad. In Brussel zijn er nog geen ontwerpen verschenen.

Externe kanalen – met mate te gebruiken?
De lidstaten moeten ook onafhankelijke en autonome externe meldingskanalen opzetten voor het ontvangen en in behandeling nemen van informatie over inbreuken. Het voorontwerp van wet voorziet in de aanwijzing van externe autoriteiten die bevoegd zijn voor het ontvangen van meldingen, het geven van feedback en het bieden van opvolging inzake meldingen. De bevoegde autoriteiten moeten nog worden aangeduid door een koninklijk besluit. Bij gebrek aan een dergelijke aanwijzing, zullen de Federale Ombudsmannen deze rol opnemen.

De melder is niet verplicht om eerst gebruik te maken van een intern kanaal. Opvallend is dat de lidstaten de meldingen via interne kanalen wel moeten aanmoedigen.

Beschermingsmaatregelen – nodig, maar ook complex voor werkgevers
De Klokkenluidersrichtlijn voorziet verschillende maatregelen om de melders te beschermen zoals een geheimhoudingsplicht (anonimiteit van de melder) en een verbod op represailles tegen melders. Hierdoor is een melder onder andere beschermd tegen ontslag en schorsing van de arbeidsovereenkomst, degradatie, het onthouden van een bevordering, de wijziging van arbeidsvoorwaarden, negatieve evaluaties, pesterijen en het niet-verlengen van een tijdelijke arbeidsovereenkomst.

Het voorontwerp van wet voorziet bovendien in een specifieke schadevergoeding voor melders die het slachtoffer zijn van represailles van minimum 18 weken loon en maximaal 26 weken loon.

Efficiënte sancties
De lidstaten moeten tot slot zorgen voor doeltreffende, evenredige en afschrikkende sancties voor individuen of rechtspersonen die een melding belemmeren of trachten te belemmeren, represailles nemen tegen melders of de geheimhouding van de identiteiten van de melder, schenden.

Het voorontwerp van wet voorziet daartoe in een gevangenisstraf van 6 maanden tot 3 jaar en een geldboete van 600 tot 6.000 euro. Ook kan een administratieve geldboete worden opgelegd die proportioneel moet zijn in verhouding tot de vastgestelde inbreuk en niet meer mag bedragen dan 5 % van de omzet van de juridische entiteit.

NEXT STEPS

Het is nog even wachten op een wet die de Klokkenluidersrichtlijn in België definitief omzet. Ondernemingen in de publieke sector evenals overheidsinstanties wachten best niet op deze wet voordat zij actie ondernemen. In de publieke sector heeft de Klokkenluidersrichtlijn wellicht verticale directe werking, waardoor ambtenaren zich zouden kunnen richten tot hun tewerkstellende overheid die heeft nagelaten om een klokkenluidersregeling op te zetten.

In de private sector is er geen sprake van directe werking. Desondanks is het wellicht nuttig voor bedrijven uit de private sector om zich reeds voor te bereiden op deze wetgeving, onder meer door na te denken over het type interne kanaal dat ze wensen op te zetten (b.v. hotline – al dan niet met gebruik van een dienstverlener, aanstelling van een interne vertrouwenspersoon, etc.). Als de Belgische wetgeving (eindelijk) klaar ligt, zal de implementatie van de nieuwe wetgeving immers wat inspanningen van bedrijven vragen. Haast en spoed is zelden goed.

 

Over de auteurs

Julien Hick, Partner AKD Benelux Lawyer & Heleen Franco, Senior Associate AKD Benelux Lawyers 

Delen