Energiegemeenschappen: de win-win-situatie op elektriciteitsgebied

7 mei 2026 in
Philippe Beco

Of ze nu elektriciteit produceren of verbruiken, steeds meer Brusselse bedrijven sluiten zich aan bij energiegemeenschappen.


Het recente conflict in het Midden-Oosten herinnert ons er nogmaals aan: elke verstoring van de wereldwijde olie- en gasvoorziening kan binnen enkele dagen al gevolgen hebben voor onze energierekeningen. Deze constatering, die al tijdens het conflict in Oekraïne werd gedaan, heeft de Europese Commissie ertoe aangezet om al enkele jaren de ontwikkeling van nieuwe vormen van energiemarkten op het hele continent te bevorderen.  Brussel loopt voorop in deze ontwikkelingen en heeft de afgelopen jaren dan ook verschillende gemeenschappen voor hernieuwbare energie zien ontstaan.


Wat is een energiegemeenschap?


Het principe is eenvoudig: eigenaren van zonnepanelen en consumenten rechtstreeks – digitaal – met elkaar verbinden. Voor de eerste groep biedt de gemeenschap de mogelijkheid om hun productie beter te valoriseren door hun overtollige elektriciteit te verkopen tegen een hogere prijs dan die van teruglevering aan het net. Alle energie die niet door de gemeenschap wordt verbruikt, blijft bovendien onder controle van de producent, die deze dan vrij kan verkopen aan zijn traditionele leverancier. 


De consument krijgt op zijn beurt toegang tot een lokale en 100% hernieuwbare bron, wat zijn elektriciteitsrekening verlaagt en voor meer voorspelbaarheid zorgt. Het beheer en de prioritering van de stromen binnen de gemeenschap worden verzorgd door een algoritme op basis van regels en verdeelsleutels die vooraf door de leden zijn goedgekeurd en die transparant zijn.


Voorspelbaarheid van de kosten


Op dit moment telt Brugel 2944 Brusselse deelnemers aan deze gemeenschappen, een aantal dat voortdurend toeneemt. Deze gemeenschappen kunnen worden georganiseerd op het niveau van het Gewest, binnen een gemeente of een wijk, of zelfs in één en hetzelfde gebouw.  De regulator telt ook een honderdtal zogenaamde “peer-to-peer”-uitwisselingen, waarbij één producent en één consument betrokken zijn, zoals bijvoorbeeld twee vrienden of buren.


“Zoals de Commissie goed begrijpt, is het grote voordeel van dit systeem dat men zich kan onttrekken aan de blootstelling aan schommelingen in de energieprijzen”, legt Max Boutsen uit, COO van RaySun, een bedrijf dat gespecialiseerd is in het begeleiden van gemeenschappen.  "Vroeger moest elke elektriciteitsverbruiker of -verkoper via een grote leverancier werken. Maar hun prijzen zijn erg volatiel door de wereldmarkten, met name omdat ze gekoppeld zijn aan de gasprijzen. Een investering in een zonnepaneel is daarentegen vast. Het stelt de belanghebbenden binnen een gemeenschap in staat om onderling een zeer stabiele prijs af te spreken, voor een lange periode. Zo halen ze de marge terug die tot dan toe door de leverancier werd ingepikt.” Een ander voordeel is dat de consument die zich bij een gemeenschap aansluit, op zijn factuur vrijstelling krijgt van de “groene-energieheffing”.


Ook voor bedrijven


Deze zeer reële financiële voordelen openen nieuwe perspectieven. Ze stellen iedereen die panelen op zijn dak installeert in staat om de omvang van zijn installatie af te stemmen op nieuwe afzetmogelijkheden. Zo zijn sommige bedrijven begonnen hun energieoverschotten tegen gereduceerde prijzen aan te bieden aan hun werknemers, klanten of distributeurs. 


Want niet alleen burgers zijn geïnteresseerd in deze nieuwe markt. In zijn laatste rapport onthult Brugel dat er bijna 50 deelovereenkomsten zijn gesloten tussen professionals onderling. Er zijn er ook 152 tussen bedrijven en burgers. “Twee derde van de deelovereenkomsten in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreft een bedrijf”, legt Adeline Moerenhout, communicatieadviseur van de Brusselse overheid, uit.


Facq, Dott, en de slachthuizen


Onder hen bevinden zich veel kmo's, zoals bakkerij “La fleur du Pain”, maar ook grote spelers zoals de Thon-hotels, badkamerfabrikant Facq of Dott, waarvan de gedeelde steps via een community worden opgeladen.


Een ander schoolvoorbeeld zijn de slachthuizen van Brussel, eigenaar van een gigantisch park aan zonnepanelen en bovendien lid van Beci. Hun ochtendactiviteit concentreert het verbruik tussen 4 uur 's ochtends en 12 uur 's middags. Na dat tijdstip verkopen ze hun elektriciteit lokaal, via de Energilia-gemeenschap. “Net zoals men dat met afval zou doen, valoriseert het bedrijf zo een productie in een korte keten en tegen een prijs die 2 tot 3 keer hoger ligt dan die van de grote leveranciers”, glimlacht de verantwoordelijke van RaySun. Hij noemt ook de bedrijven rond het kanaal en de andere industriegebieden als spelers met een enorm potentieel.  

Met een paar klikken


Het groeiende succes van het systeem is ook grotendeels te danken aan de eenvoud ervan. “Vandaag de dag kun je in 10 minuten en met een paar muisklikken je elektriciteit doorverkopen of kopen. Dankzij fantastisch werk hebben Brugel en Sibelga van Brussel de Europese koploper op het gebied van energiegemeenschappen gemaakt”, merkt Max Boutsen op, die concludeert: “De enige reden waarom een bedrijf er vandaag de dag nog niet bij betrokken is, is dat het het systeem nog niet kent.”

ESG behoort tot de belangrijkste missies van Beci. Ontdek hier meer.

​​






Deel deze post