Flexi-jobs: nu toegankelijk voor alle sectoren onder voorwaarden

26 september 2026 in
Beci Community

Het aandeel gepresteerde uren via flexi-jobs is in drie jaar tijd verdrievoudigd. Terwijl dit systeem zich nu uitstrekt tot alle sectoren, onder voorbehoud van specifieke overeenkomsten, herverdeelt deze opmars de kaarten tussen contracten van bepaalde en onbepaalde duur op verschillende wijze naargelang het beroep.

Sinds 1 juli 2026 zijn flexi-jobs mogelijk in alle sectoren. De sectoren behouden echter wel hun zegje. Via hun paritair comité kunnen ze flexi-jobs volledig of gedeeltelijk uitsluiten (opt-out) of ze later opnieuw invoeren (opt-in).

Hiervoor moet een sectorale collectieve arbeidsovereenkomst (cao) worden gesloten en moet uiterlijk op 30 september een aanvraag worden ingediend bij de RSZ. De wijzigingen worden vervolgens jaarlijks vastgelegd in een koninklijk besluit dat op 1 januari in werking treedt.

Voor het overgangsjaar 2026 zijn opt-ins en opt-outs uitzonderlijk elk kwartaal mogelijk. De bestaande toelatingen en uitsluitingen kunnen tot uiterlijk 31 augustus 2026 bij koninklijk besluit worden gewijzigd of behouden.

Drie keer zoveel gepresteerde flexi-joburen nog vóór de nieuwe uitbreiding

Deze uitbreiding komt er op een moment dat het aandeel flexibel werk op de arbeidsmarkt toch al duidelijk toeneemt. Nieuwe cijfers van Partena Professional tonen aan dat het aandeel gepresteerde uren via flexi-jobs in drie jaar tijd is verdrievoudigd tot 0,85% van het totale aantal gepresteerde uren in 2025. Over het geheel genomen blijft het aandeel gepresteerde uren in het kader van contracten van onbepaalde duur relatief stabiel, maar in de sectoren waar flexi-jobs al zijn ingevoerd, lopen de ontwikkelingen sterk uiteen.

Het aandeel gepresteerde flexi-joburen in het totale prestatievolume is gestaag gestegen: van 0,27% in 2023 naar 0,45% in 2024 en vervolgens naar 0,85% in 2025. Dat is meer dan een verdrievoudiging in drie jaar tijd. In het eerste kwartaal van 2026 blijft dit aandeel stabiel op 0,85%, en dat nog vóór de inwerkingtreding op 1 juli van de nieuwe uitbreiding van het flexi-jobsysteem, dat nu openstaat voor alle sectoren.

Ook het aandeel gepresteerde uren onder contracten van bepaalde duur stijgt: van 4,92% in 2023 naar 6,59% in 2024 en naar 7,56% in 2025. In het eerste kwartaal van 2026 stijgt dit aandeel verder tot 7,76%.

In dezelfde periode neemt het aandeel gepresteerde uren onder contracten van onbepaalde duur verhoudingsgewijs af: van 91,88% in 2023 naar 89,82% in 2025 en vervolgens naar 88,45% in het eerste kwartaal van 2026, wat neerkomt op een daling van ongeveer drie procentpunten in drie jaar tijd.

Duidelijke sectorale verschillen en geen bewijs van substitutie

Achter deze globale cijfers gaan duidelijke sectorale verschillen schuil. Om deze dynamiek te begrijpen, is het interessant om te kijken naar de sectoren waar flexi-jobs nu al een bijzonder grote plaats innemen. Dat is zowel het geval bij de uitvaartbedrijven als in het personenvervoer per autobus en touringcar. In deze twee sectoren wordt bijna een kwart van de arbeidstijd gepresteerd via flexi-jobs: 23,24% in de uitvaartsector (PC 320) en 22,50% in het busvervoer (PC 140.01).

Toch evolueren deze twee sectoren volgens een ander patroon. In de uitvaartsector stijgt het aandeel gepresteerde flexi-joburen sterk, terwijl het percentage gepresteerde uren onder contracten van bepaalde duur afneemt.

In het personenvervoer per autobus daarentegen stijgen de flexi-joburen en de uren onder een contract van bepaalde duur gelijktijdig, terwijl het aandeel contracten van onbepaalde duur sterk terugvalt.

Volgens Stijn Baert, arbeidseconoom die de cijfers van Partena Professional heeft geanalyseerd, mogen deze cijfers niet worden geïnterpreteerd als een bewijs van jobsubstitutie. Ze hebben immers geen betrekking op het totale volume van de gewerkte uren in de sector. Dankzij een pool van inzetbare flexibele krachten is het mogelijk om een beroep te doen op extra personeel dat anders niet zou zijn ingezet. Zo kan een lager aandeel gewerkte uren in een vast contract samengaan met een werkgelegenheidsniveau in vaste contracten dat, in aantal personen of uren, minstens gelijkwaardig is aan het niveau dat er zonder de extra flexi-jobmogelijkheden zou zijn geweest.

Het gekozen traject van de sectoren zal de impact van 1 juli deels bepalen

De voorbeelden uit de verschillende sectoren tonen vooral aan dat er geen universeel scenario bestaat. De nieuwe sectoren die nu flexi-jobs mogen toepassen, vertrekken niet allemaal vanuit dezelfde situatie: hun personeelssamenstelling, hun seizoensgebondenheid en het evenwicht tussen contracten van onbepaalde duur, contracten van bepaalde duur, studentenarbeid en flexi-jobs verschillen sterk. Daardoor zal ook de plaats die flexi-jobs na 1 juli zullen innemen, van sector tot sector variëren. De cijfers uit de pionierssectoren vormen dan ook geen voorspelling, maar eerder een uitnodiging om al te algemene conclusies te vermijden.


Door Yves Stox, Managing Consultant bij Partena Professional.






Deel deze post