Brussel, wat zit er in je vuilnisbak?!

29 juni 2026 in
Brussel, wat zit er in je vuilnisbak?!
Beci, Era Balaj

Om 7.30 uur ’s ochtends zijn de vuilniswagens op de Quai Léon Monnoyer alweer druk in de weer. Aan de voet van de afvalverbrandingsinstallatie laat Brussel zich van een minder fotogenieke kant zien, maar die kant geeft ongetwijfeld een beter beeld van de echte uitdagingen waar de stad voor staat.

Met een helm op het hoofd en een fluorescerend vest op de rug sluit het Beci-team zich aan bij Bruxelles-Energie voor een nieuwe Beci Drops By. Op naar de regionale afvalverbrandingsinstallatie. Elke dag rijden er bijna 200 vrachtwagens door dit grote industriële complex met een hoge schoorsteen, betonnen rijbanen en geuren die je meteen herinneren aan de reden waarom deze plek bestaat. Niet bepaald glamoureus. Toch komt bijna alles hier langs. De witte vuilniszakken uit onze keukens, de afvalcontainers van winkels, het straatafval, de restanten van wat de stad verbruikt, produceert en vergeet.

Afval, aantrekkelijkheid, het imago van de stad, levenskwaliteit, energie en overheidsbeleid… kortom, we spraken over Brussel samen met verschillende aangesloten bedrijven en Audrey Henry, staatssecretaris belast met onder meer Openbare Reiniging en Energie.

Het vervelende probleem van de netheid                          

“De schoonste stad is niet degene die het meest wordt schoongemaakt, maar degene die het minst wordt vervuild”, stelt Frédéric Fontaine, algemeen directeur van Bruxelles-Propreté, meteen vast. In de hoofdstad wordt netheid vaak nog steeds behandeld als een inhaaloperatie: er wordt geveegd, opgeruimd en weggeveegd. Alsof vuiligheid louter een logistiek probleem is. De algemeen directeur wijst erop dat het in de eerste plaats een organisatorisch probleem is.

Wie ruimt wat op? Wie legt boetes op? Wie coördineert? Wie neemt de verantwoordelijkheid op zich? Tussen de gemeenten, het Gewest, de politiezones, de stations, de handelaars en de openbare dienstverleners wordt het antwoord al snel onduidelijk. Op de Brusselse wegen valt 75 % onder de bevoegdheid van de gemeenten. Bruxelles-Propreté is voornamelijk actief op de grote regionale verkeersassen. Het resultaat: veel actoren, soms weinig duidelijkheid.

Beci hamert er al lang op: zolang het bestuur versnipperd blijft, wordt netheid een spel van verantwoordelijkheden afschuiven. Het plan “clean.brussels“ heeft bepaalde acties gestructureerd, maar nu moeten we een stap verder gaan: de coördinatie versterken, het Regionaal Agentschap voor Netheid meer middelen toekennen en preventie, controle en bekeuringen beter op elkaar afstemmen.

Wat de witte zak over ons zegt

Als je naar de hoofdput loopt, is het een indrukwekkend schouwspel. Een enorme betonnen holte, bergen witte zakken, en daarboven die gigantische mechanische grijper die het afval oppakt als een XXL-versie van een speelhalautomaat. Hij tilt het op, schudt het door elkaar en stuurt het vervolgens naar de ovens. Het is spectaculair… en een beetje schokkend, vooral als je hoort dat een groot deel van wat hier terechtkomt, hier eigenlijk niet thuishoort. Volgens Bruxelles-Propreté zou bijna 60% van de inhoud op een andere manier gesorteerd kunnen worden.

Vandaag de dag haalt Brussel een recyclingpercentage van ongeveer 45%, terwijl de Europese doelstelling op 65% ligt tegen 2035. Hoewel de verplichte scheiding van organisch afval sinds 2023 al voor een aanzienlijke sprong voorwaarts heeft gezorgd, loopt het Gewest nog steeds achter, en de strijd zal waarschijnlijk niet alleen met veegmachines worden gewonnen.

Volgens de ABP zijn daarvoor slimmere hulpmiddelen nodig, zoals proefprojecten waarin kunstmatige intelligentie wordt ingezet om vervuilde gebieden in kaart te brengen, de routes aan te passen en de middelen te concentreren waar ze echt nodig zijn. Dit houdt ook meer controle, preventie en geloofwaardige bekeuringen in, en bovenal vereist het dat we afstappen van een systeem waarin iedereen naar de verantwoordelijkheid van de buurman kijkt.

En de bedrijven dan?!

In een woning, een dichtbevolkt flatgebouw, een restaurant of een winkelstraat wordt het afval niet op dezelfde manier gescheiden. Dit geldt met name voor bedrijven. Elk bedrijf in Brussel is verplicht een contract af te sluiten met een erkende afvalinzamelaar. In theorie. In de praktijk zijn er nog steeds veel ‘meelifters’: bedrijfsafval dat bij het huishoudelijk afval wordt gedeponeerd, vuilniszakken die op elk moment van de dag buiten worden gezet, trottoirs die worden omgevormd tot achterkamertjes.

Voor Beci kan de oplossing niet louter repressief zijn. Er moet inderdaad beter worden gecontroleerd, maar er moet ook betere begeleiding komen: de afvalinzameling aanpassen aan winkelwijken, oplossingen aanbieden aan kmo’s zonder opslagruimte, de toegang tot de recyclageparken vergemakkelijken en het systeem begrijpelijker maken.

Energie voor de stad

Op het hoogste punt van het terrein torent de schoorsteen hoog boven Brussel uit. Met zijn hoogte van honderd meter herinnert hij eraan dat wat de Regio in haar vuilniszakken gooit, ergens weer terugkomt. Afval wordt omgezet in warmte, elektriciteit, hergebruikte materialen en energie die weer aan de stad wordt teruggegeven. Het terrein voorziet nu al verschillende Brusselse infrastructuren van energie, van het Koninklijk Paleis van Laken tot sociale woningen en openbare voorzieningen. De slakken worden hergebruikt, de metalen worden teruggewonnen en een project voor biomethanisatie moet deze circulaire logica nog verder versterken.

Zoals Audrey Henry benadrukte, spreekt deze aanpak ook de economische wereld aan. Een beperking omzetten in een hulpbron, beter gebruikmaken van wat er al is, werken in kortere ketens: afvalbeheer raakt hier aan de kwestie van energie, de circulaire economie en, in wezen, de manier waarop Brussel in de toekomst wil functioneren.

Kortom, Brussel discussieert graag over zijn aantrekkelijkheid. Het zou echter verkeerd zijn om te vergeten dat die aantrekkelijkheid soms heel laag begint. Op straatniveau, aan de voet van een witte vuilniszak.

Lees ook dit artikel: Dirk De Smedt: de budgettaire uitdaging van Brussel

Deel deze post