De talen die in Brusselse bedrijven gesproken – en vereist – worden, weerspiegelen hun markten. Ze vormen tevens een potentiële motor voor individuele ontwikkeling, ondernemerssucces en regionale groei.
Hoe worden talen tegenwoordig in bedrijven gebruikt? En wat is het algemene niveau? In 2024 luidde een analyse van adviesbureau Bright Plus, gebaseerd op meer dan 30.000 gestandaardiseerde tests afgenomen tussen 2015 en 2024, de alarmbel.
Van een niveau boven B1 (waarmee men alleen over ervaringen en meningen kan praten) in 2015, is de gemiddelde kennis van het Nederlands als tweede taal naar een iets lager niveau gedaald. Ook de Franstalige beheersing is aan de Nederlandstalige kant aanzienlijk afgenomen. Twaalf jaar geleden lag het niveau tussen B1 en B2 (waarmee men complexe teksten kon begrijpen en helder kon communiceren), nu onder het B1-niveau. De auteurs van de studie benadrukken bovendien dat dit slechts het topje van de ijsberg is, aangezien de ondervraagden zichzelf als meertalig hebben opgegeven. Dit omvat zelfs niet degenen die openlijk erkennen dat hun taalvaardigheid beperkt is.
Engels is niet de oplossing
Volgens hetzelfde onderzoek scoren jongere kandidaten ook beter in Engels dan oudere. Denken de jongere generaties daarom dat Engels alleen voldoende is om te integreren en carrière te maken? Is dat wel zo verstandig, vooral in Brussel?
"Intern en extern gebruiken de meeste Brusselse bedrijven een combinatie van talen. Meestal spreken ze Frans, Nederlands en Engels, of zelfs Duits. Denken dat het beheersen van je moedertaal plus Engels voldoende is, is daarom een vergissing," legt Laurence Mettewie, hoogleraar Nederlandse taal en taalkunde aan de UNamur, uit. Bijna twintig jaar geleden deed ze in opdracht van het regionale ministerie van Werkgelegenheid onderzoek naar het gebruik en de behoeften van 357 Brusselse bedrijven met betrekking tot meertaligheid, en de bijbehorende voordelen. De conclusies van destijds werden in 2020 bevestigd door een nieuw onderzoek.
Frans-Nederlands-Engels: het winnende trio
Als lid van de Brusselse Raad voor Meertaligheid merkt deze expert ook op dat het aantal Brusselse bedrijven dat "alleen" de Frans-Nederlandse combinatie gebruikt, lager is dan het aantal bedrijven dat alle drie de talen, inclusief Engels, gebruikt. Het multiculturele en internationale karakter van Brussel wordt dus duidelijk weerspiegeld in de werkwijze van het bedrijfsleven.
Hoe kunnen we deze taaleisen – die relatief hoog liggen in vergelijking met de rest van de wereld – binnen Brusselse bedrijven verklaren? "Ze weerspiegelen de realiteit van de markten die ze bedienen. Dit omvat zowel de lokale markt, die zeer meertalig is, als andere nabijgelegen markten zoals Frankrijk, Nederland, Duitsland en Engeland," legt Laurence Mettewie uit.
Een andere opvallende bevinding uit de studies is dat het voor een Brussels bedrijf bijna moeilijker is om een kandidaat te vinden die "alleen" vloeiend Nederlands en Frans spreekt, dan een kandidaat die alle drie de talen beheerst. "Als je de andere nationale taal eenmaal beheerst, volgt Engels bijna automatisch. Dit zegt veel over de aanleg en de perceptie van de andere taal in termen van motivatie om te leren", aldus Laurence Mettewie.
Een groeifactor
Zoals we zien, groeit de kloof tussen de afnemende taalvaardigheid van kandidaten en de nog steeds hoge verwachtingen van bedrijven. "Toch is meertaligheid een groeifactor. Van de 10 onderzochte mkb-bedrijven gaven er vier toe contracten te hebben verloren door een gebrek aan taalvaardigheid. Je verkoopt altijd beter in de taal van de klant", benadrukt de professor, die ervan overtuigd is dat de andere talen die door de Brusselse bevolking worden gesproken, ook beter kunnen worden ingezet als instrument voor grote exporten.
Bedrijfscultuur
Voor een werknemer kan meertaligheid fungeren als een bescherming tegen ontslag, een toegangspoort tot meer carrièremogelijkheden en zorgen voor een effectievere en prettigere samenwerking met collega's. Volgens het eerdergenoemde Bright Plus-onderzoek vindt 8 op de 10 Belgische werknemers dit aspect weliswaar belangrijk, maar geeft 15% toe het contact met een collega die een andere taal spreekt te beperken en vermijdt 5% die collega zelfs.
Deze houding kan de productiviteit, de samenwerking en zelfs de bedrijfscultuur schaden. "In een mkb-bedrijf is de afwezigheid van een collega – bijvoorbeeld door ziekte – direct voelbaar als slechts één persoon een taal beheerst. Daarom investeren steeds meer bedrijven intern in het bevorderen van meertaligheid", aldus Laurence Mettewie.
Apps als oplossing?
Kunnen de snelle ontwikkelingen in vertaaltools het probleem oplossen? Gedeeltelijk, zonder twijfel, maar Laurence Mettewie wijst op een aantal beperkingen. "Een goed begrip van het culturele gebruik van talen is essentieel voor het gebruik van deze software. Bovendien vindt onderhandelen of verkopen aan klanten nog steeds vaak face-to-face plaats, zonder virtual reality-bril. De taal van de ander beheersen blijft een absolute troef in interpersoonlijke relaties."
Door Philippe Beco, Freelance Business Journalist
Beci ondersteunt taalonderwijs via haar twee scholen, CVO Semper en EPFC. Samen verwelkomen de twee opleidingscentra jaarlijks bijna 30.000 studenten. |
Lees ook dit artikel: EMERALD: Ondersteuning van migratietalent voor de groene en digitale toekomst van Europa
