Van 16 tot en met 21 maart 2026 reisde een Brusselse delegatie, bestaande uit Alain Heureux (Beci), Émilie Dupont (Stad Brussel) en Brieuc Janssens (Agoria Brussel), naar Taipei voor de Smart City Summit & Expo. Hoe slagen enkele grote steden erin hun transformatie te versnellen door nauwe samenwerking tussen publieke en private partijen ?
Vanaf het eerste uur werd één ding duidelijk: in Taiwan is de slimme stad geen concept in ontwikkeling, maar een stevig gevestigde realiteit. En bovenal berust dit succes op een cruciaal element dat de delegatieleden al snel als essentieel beschouwden: de kwaliteit en intensiteit van de publiek-private samenwerking.
Samen innoveren om op te schalen
De Smart City Summit & Expo, die jaarlijks duizenden overheidsfunctionarissen, technologiebedrijven en investeerders samenbrengt, laat een ecosysteem zien waarin steden en bedrijven samen oplossingen ontwikkelen, deze snel testen en op grote schaal implementeren. Brieuc Janssens, manager van Agoria Brussels, benadrukt: "Wat hier opvalt, is niet alleen het technologische niveau. Het is de naadloze samenwerking tussen de publieke en private sector. Projecten verlopen snel omdat iedereen op één lijn zit."
In Taipei vertaalt deze samenwerking zich in een diepe integratie van digitale technologie in het stadsbeheer. Bedrijven ontwikkelen technologieën die direct aansluiten op de behoeften van de overheid, terwijl de overheid een gunstig klimaat creëert voor experimenten en implementatie. Alain Heureux, namens Beci, benadrukt deze dynamiek: "De rol van de overheid is essentieel, maar hier fungeert ze als facilitator. Ze creëert de voorwaarden voor bedrijven om te innoveren, te testen en snel op te schalen."
Digitale tweelingen voor besluitvorming
Deze samenwerkingsaanpak is op veel gebieden terug te vinden: slimme mobiliteit, energiebeheer, gedigitaliseerde stedelijke diensten en dataplatformen. Oplossingen worden opgevat als bouwstenen van een integraal systeem waarin elke stakeholder een complementaire rol speelt. Een van de meest treffende voorbeelden die de delegatie zag, betreft de ontwikkeling van digitale tweelingen.
In Taipei maken deze virtuele replica's het mogelijk om complexe stedelijke scenario's te simuleren, veranderingen te voorspellen en publieke beslissingen te optimaliseren. Maar ook hier is technologie slechts een deel van de oplossing: wat het verschil maakt, is dat technologiebedrijven nauw samenwerken met lokale overheden om tools te ontwikkelen die zijn afgestemd op de werkelijke behoeften van de stad.
Émilie Dupont, directeur-generaal van de stad Brussel, benadrukt de waarde van deze aanpak voor de hoofdstad: "Digitale tweelingen zijn enorm krachtig, maar ze worden pas echt betekenisvol als ze samen met de publieke gebruikers worden ontwikkeld." Het is deze samenwerking die ervoor zorgt dat ze echte instrumenten voor besluitvorming worden." De Brusselse delegatie profiteerde bovendien van een bijzonder goed georganiseerd ontvangst, met name dankzij de rol van Philippe Tzou (AWEX) en het Belgische kantoor in Taipei. De ontmoeting met de burgemeester van de stad wierp licht op de strategie van de hoofdstad en hoe deze innovatie, bestuur en samenwerking met de private sector integreert. "Hier zien we wat een echte co-ontwikkelingsaanpak met het bedrijfsleven kan opleveren. Het is inspirerend voor veel van de gesprekken die we momenteel voeren", aldus Brieuc Janssens.
Het Brusselse ecosysteem verenigen
Deze onderdompeling in Taiwan benadrukt het contrast met de realiteit in Brussel. Hoewel er in België zeker voldoende expertise en talent aanwezig is, blijft de samenwerking tussen publieke en private actoren vaak gefragmenteerd, belemmerd door complexe processen of een gebrek aan coördinatie.
Het doel is echter niet om het Taiwanese model te kopiëren. Brieuc Janssens vat het als volgt samen: "In Brussel hebben we alles wat we nodig hebben: innovatieve bedrijven, solide instellingen en talent. De uitdaging is om deze sterke punten beter met elkaar te verbinden."
De missie benadrukte ook de strategische rol van intermediaire organisaties zoals Beci en Agoria. Door de uitwisseling tussen bedrijven en overheidsinstanties te faciliteren, kunnen zij een sleutelrol spelen in het ontstaan van concrete projecten. Deze logica is ook terug te vinden in de Taiwanese benadering van innovatie. Projecten worden snel getest, aangepast en geïmplementeerd, dankzij een cultuur van pragmatisme en resultaatgerichtheid. Alain Heureux onderstreept dit: "Er heerst hier een echte experimenteercultuur. We testen, we leren, we passen ons aan. En bovenal gaan we vooruit."
Een ander opvallend element is de nadruk op de impact op de burgers. Émilie Dupont herinnert ons eraan: "Het gaat niet om de technologie zelf, maar om wat die mogelijk maakt. En wat die technologie hier mogelijk maakt, is een efficiëntere en prettigere stad om in te wonen."
Aan het einde van deze missie lijkt Brussel zich op een cruciaal moment te bevinden. De uitdagingen zijn talrijk: klimaattransitie, bevolkingsgroei, druk op de infrastructuur, maar de kansen zijn net zo groot. De Taiwanese ervaring laat zien dat versnelling mogelijk is, mits de samenwerkingsmethoden worden herzien. Dit houdt in dat er meer open ruimte moet worden gecreëerd voor dialoog tussen de publieke en private sector, dat experimenten moeten worden gefaciliteerd en dat de opschaling van oplossingen moet worden ondersteund.
Brieuc Janssens concludeert: "De vraag is niet langer of we moeten overstappen op slimme steden, maar hoe we deze transitie organiseren. En het antwoord ligt duidelijk in een versterkt publiek-privaat partnerschap."
Door Alain Heureux (Beci), Brieuc Janssens (Agoria) & Émilie Dupont (Stad Brussel)