Concurrentiebeperkende praktijken: een vaak miskend recht op schadevergoeding

17 juli 2026 in
Beci Community

Wanneer een mededingingsautoriteit een kartel tussen ondernemingen sanctioneert, gaat de aandacht doorgaans uit naar de geldboetes die aan de overtreders worden opgelegd. Toch beschikken ook de ondernemingen die slachtoffer zijn van een dergelijk kartel over een recht op schadevergoeding.

Dit recht werd erkend door het Hof van Justitie van de Europese Unie en vervolgens versterkt door de Europese Richtlijn betreffende schadevorderingen wegens inbreuken op het mededingingsrecht (de Schaderichtlijn). Zij bepaalt dat iedereen die schade heeft geleden als gevolg van een inbreuk op het mededingingsrecht recht heeft op volledige vergoeding van die schade. Dit geldt zowel voor directe als indirecte afnemers.

Om de uitoefening van dit recht te vergemakkelijken, voorziet de Schaderichtlijn dat bij een kartel wordt vermoed dat de inbreuk schade heeft veroorzaakt. In de praktijk hebben klanten doorgaans een hogere prijs betaald dan het geval zou zijn geweest onder normale mededingingsomstandigheden.Hoewel de benadeelde partijen nog steeds de omvang van hun schade moeten aantonen, vermindert dit vermoeden hun bewijslast aanzienlijk.

Het voorbeeld van het bewakingskartel in België

Deze mogelijkheid om schadevergoeding te verkrijgen krijgt vandaag een concrete invulling in de bewakingssector.

Op 2 juli 2024 legde de Belgische Mededingingsautoriteit (BMA) bijna 47 miljoen euro aan geldboetes op aan G4S, Securitas en Seris wegens hun deelname aan een illegaal kartel dat er onder meer op gericht was de prijzen op de markt tussen 2008 en 2020 onderling af te stemmen.

Door deze prijsafspraken hebben de betrokken klanten meer betaald voor bewakingsdiensten dan zij zouden hebben betaald in een markt met normale concurrentie. Privéondernemingen die tijdens deze periode bewakingsdiensten hebben afgenomen, kunnen daarom nagaan of zij een schadevordering kunnen instellen bij de bevoegde rechtbanken. In de praktijk kunnen vorderingen op basis van deze beslissing worden ingesteld tot juni 2029, zijnde vijf jaar na de bekendmaking van de beslissing van de BMA.

Een betere toegang tot de rechter

Schadevorderingen in het mededingingsrecht vergen vaak aanzienlijke middelen: juridische expertise, economische analyses en complexe, kostelijke procedures.

Om aan deze uitdaging tegemoet te komen, zijn de afgelopen jaren verschillende vormen van procesfinanciering ontstaan. Gespecialiseerde fondsen kunnen de kosten van advocaten, economische experts en gerechtelijke procedures op zich nemen, in ruil voor een deel van de eventueel gerecupereerde schadevergoeding. Bij een mislukte procedure is er doorgaans geen terugbetaling verschuldigd. LitFin behoort tot de partijen die dergelijke procesfinanciering aanbieden.

Conclusie

Beslissingen van mededingingsautoriteiten dienen niet alleen om overtreders te bestraffen. Ze kunnen ook de weg vrijmaken voor een schadevergoeding voor ondernemingen die benadeeld zijn door een inbreuk op het mededingingsrecht.

Het bewakingskartel toont aan dat het mededingingsrecht niet alleen dient om overtreders te bestraffen, maar ook ondernemingen die schade hebben geleden een daadwerkelijk recht op schadevergoeding biedt.

Door Juraj Siska, directeur van LitFin Frankrijk & Benelux


Lees ook dit artikel: Stijgende faillissementen: hoe beschermen we de Brusselse economie?


Deel deze post