Waarom zegt je bankier “neen”?

29 april 2020 door
BECI Community

[Coproductie] Heel wat ondernemingen, en dan voornamelijk starters, hebben moeite om een banklening te krijgen waarmee ze hun bedrijf zouden kunnen starten. Wilt u weten hoe de bankier beslist om u al dan niet een banklening toe te kennen? Hoe de rentevoeten worden bepaald? En vooral hoe u zich optimaal voorbereidt op uw volgende kredietaanvraag? In dit artikel ontdekt u de werking van bankleningen.

De bank als institutionele speler van de bedrijfsfinanciering

De banken zijn de institutionele spelers die, onder andere in Europa, instaan voor de financiering van ondernemingen. Er bestaan namelijk drie manieren om bedrijven te financieren:

  • zelffinanciering, via het eigen kapitaal van de onderneming
  • de banklening, tussen een bank en het bedrijf
  • en de financiële markten, meer bepaald de aandelen- en obligatiemarkten.

Toch constateren we op de markt een steeds toenemende opkomst van alternatieve financieringsmethodes. Denk maar aan crowdfunding, crowdlending, privé en publieke investeringsfondsen, subsidies enz.

De banklening blijft de klassieke financieringsmethode van KMO’s. Volgens de theorie verleent de bank op een efficiënte manier krediet als ze een evenwicht bereikt tussen vraag en aanbod.

De kredietverstrekking door plaatselijke banken verzekeren is een van de taken van de ECB. Deze missie gaf trouwens aanleiding tot een versoepeling van de referentierentevoet. Hierbij was het de bedoeling om de banken ertoe aan te zetten geld te lenen en zodoende de economische groei aan te wakkeren.

Zonder in detail te treden zijn de referentierentevoeten het rentetarief waaraan een plaatselijke bank zelf onderworpen is om geld te lenen. Een lagere referentierentevoet zou de banken dus moeten aanzetten om leningen tegen een beperkte rente te verstrekken.

Hoe lenen de banken geld aan de ondernemingen?

De reden waarom startende bedrijven soms moeilijk aan financiering geraken, heeft te maken met de criteria die de banken hanteren om een lening tegen een bepaalde rente toe te kennen.

Om de modaliteiten en de voorwaarden van de lening te bepalen, moet de bank eerst bepaalde informatie over de onderneming inzamelen. Deze informatie kan in twee of zelfs drie categorieën worden onderverdeeld:

  • Kwalitatieve gegevens (soft): zij zijn het resultaat van de relatie die zich geleidelijk ontwikkelt tussen de ondernemer en zijn bankier. Zulke gegevens kunnen in sommige opzichten subjectieve beoordelingen zijn. Ze zijn echter van doorslaggevend belang in de besluitvorming van de bankier. De ernst van de ondernemer, de kwaliteit van het voorgelegde dossier en voornamelijk de kennis en de controle van alle parameters in dit dossier zijn bepalend voor de beslissing van de bankier.
  • Kwantitatieve gegevens (hard): zij hebben te maken met de objectieve elementen die kenmerkend zijn voor de onderneming, namelijk de financiële situatie, haar potentiële winstgevendheid, de omvang en de kwaliteit van de markt, de concurrentie enz.

Aan de hand van deze elementen kan de bank instemmen met een leningsovereenkomst. Het risico, de looptijd van de lening, de marktomstandigheden en de referentierentevoeten kunnen allemaal een weerslag hebben op de rente die de bankier aan de ondernemer voorlegt.

De bank houdt bij de bepaling van de rentevoet, ook rekening met het debiteurenrisico van de onderneming. Als een bedrijf in surseance van betaling verkeert, verliest de bank immers het geld dat haar normaal toekomt. De rente betaalt dus het risico dat de bank neemt wanneer ze met een bedrijf een lening afsluit.

De wet beperkt echter de maximale rente die de bank mag opleggen (wetgeving tegen woekerrente). Dit is een van de redenen waarom steeds meer zogenaamde ‘alternatieve’ financieringsvormen op de markt verschijnen, met onbeperkte rentetarieven. De rentetarieven kunnen dus ook oplopen tot 25 of zelfs 50%, naargelang van het risico dat de kredietverlener neemt.

Een project dat als zeer riskant wordt beoordeeld, mag dus niet worden gecompenseerd door een overdreven rente. In zo’n geval zal de bank de banklening gewoonweg weigeren, behalve indien de ondernemer een beroep doet op fondsen van het type crowdfunding. Die worden trouwens als eigen vermogen beschouwd en beperken daarom de risico’s voor de bankier. Een lening zou bijvoorbeeld kunnen bestaan uit 30% subsidie, 30% crowdfunding en 40% banklening. De 40% die de bank toekent zouden door een Europees garantiefonds kunnen worden gedekt.

Waarom hebben startende bedrijven zoveel moeite om bij banken aan financiering te geraken?

Twee eigenheden die typisch zijn voor starters verklaren waarom zij soms moeilijkheden ondervinden bij hun financiering.

Ten eerste zijn het jonge bedrijven. Er bestaat geen lange-termijnrelatie met de bankier. Het parcours van de onderneming en haar ervaring met de zakenwereld zijn te recent om voldoende financiële informatie op te leveren voor de bankier. Dit maakt het voor de banken moeilijker om het risico van het project te evalueren en dus een prijs op dit risico te plakken. De relatie tussen bankier en jong bedrijf berust vooral op onzekerheid (zie Keynes). In tegenstelling tot risico kan onzekerheid niet worden gekwantificeerd. Onzekerheid kan niet worden begroot, maar de banken moeten een rationele besluitvormingsprocedure volgen, ook al beschikken zij over statistieken en normen die de risico’s per activiteitensector schatten. De Horeca is bijvoorbeeld een hoog-risicosector voor een bankier. Daarom is het voor een starter in deze sector veel ingewikkelder om een banklening te verkrijgen.

Een tweede eigenheid die financiering bemoeilijkt, heeft te maken met de aanzienlijke financiële behoeften van jonge bedrijven, zeker als die zich richten op domeinen als innovatie en technologie. De moeilijke fase tijdens de financiering van een startup is de zogenaamde ‘pre-POC’: de periode voordat een ‘Proof of Concept’ wordt uitgevoerd en operationeel blijkt te zijn. Het is dan ook vrijwel onmogelijk om financiering te krijgen zolang de kredietverstrekker – de bank, dus – niet zelf heeft kunnen vaststellen dat het project werkt.

Deze beide kenmerken verklaren waarom banken zich zo terughoudend opstellen wanneer jonge ondernemers om financiering vragen. Er bestaan twee scenario’s: de lening van een ontoereikend bedrag of een eenvoudige weigering van de financiering wegens de onzekerheid van het project en een tekort aan informatie.

Om uw kredietaanvraag voor te bereiden organiseren wij een workshop op 27 april. BNP Paribas Fortis zal van aanwezig zijn om met u te bespreken hoe u een kredietaanvraag kunt optimaliseren.

Deze workshop is bedoeld om u te helpen uw toekomstige kredietaanvraag optimaal voor te bereiden. Wat zijn de stappen bij een dergelijke aanvraag? Welke belangrijke gegevens mag u zeker niet vergeten? Wat zijn de basisbeginselen van de wetgeving op het beroepskrediet? Dat zijn enkele voorbeelden van de vragen die we tijdens deze workshop zullen trachten te beantwoorden.

 

In samenwerking met BNP Paribas Fortis, de bank voor ondernemingen

BECI Community 29 april 2020
Deel deze post
TAGS 
Archiveren